webstek voor
linkse republikeinen
en progressieve nationalisten

Openingsblad
 
Alles over SFL
Manifest
   Reacties
Organiserend comité
Teksten
Steun SFL
Contact
 
Overzicht
 

> Ontwerptekst SFL: Doel, richting en vorm...

Doel, richting en vorm voor een hernieuwde Vlaamse Beweging: de discussietekst voor de 1ste SFL wordt momenteel hertaald en geconcretiseerd aan de hand van de verschillende bijdragen en de plenaire discussies tijdens de Sociaal-Flamingantische Landdag van 22 augustus 2004.

 

rechtstreeks doorklikken naar:

Deel 1.

Doel van een hernieuwde Vlaamse Beweging

Deel 2.

Ideologische richting voor een hernieuwde Vlaamse Beweging


Deel 3.

Politiek-organisatorische vorm van een hernieuwde Vlaamse Beweging

 


Doel van een hernieuwde Vlaamse Beweging

Waarom wij een Vlaamse republiek willen
Kenmerken van de Belgische staat

Belgisch establishment versmolten met mondiaal kapitalisme

De grondverhouding van ‘l’État belge’ is sinds 1830 eigenlijk ongewijzigd: het Belgisch establisment staat tegenover de Vlaamse en Waalse naties en speelt ze tegen elkaar uit. Gedurende anderhalve eeuw heeft die Belgische klasse, onder onbetwiste leiding van het koningshuis, de welvaart van Vlaanderen ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de Belgische ‘haute finance’. Daarna heeft diezelfde heersende klasse de economische infrastructuur van ons land uitverkocht aan het internationaal kapitaal, waarvan zij de dienaars zijn geworden.

Met de verdwijning van de traditionele basisnijverheid en de tertiarisering van de economie, verloor de Belgische bourgeoisie de centrale positie die zij sinds 1830 bekleedde in het productieproces. De tijd van het Belgisch holdingskapitalisme is voorbij. Met de mondialisering heeft de Belgische heersende klasse haar autonome economische machtsbasis van kapitaalsaccumulatie verloren. Zij heeft zich teruggeplooid onder de vleugels van vreemde, meestal mondiale groepen en haar eigen financiële belangen ermee versmolten. Economisch is de Belgische klasse geïntegreerd in het mondiaal kapitalisme. Haar belang ligt vandaag bij de ongebreidelde expansie van de mondiale industrieel-financiële oligarchieën.

Maar die oude heersende elite heeft nog wel de politieke macht in België in handen, niet in het minst dankzij de monarchie. Zij blijft de staat politiek beheersen en organiseert de intellectuele hegemonie over de harten en gedachten van de bevolking. De moderne gedaante van de Belgische bourgeoisie is het lokaal politiek verlengstuk van het mondiaal kapitalisme en de Amerikaanse neoliberale ideologie. Binnen elke staat gebruiken de mondiale groepen zo hun zetbazen om de internationale expansie van het gemondialiseerd kapitaal te bevorderen, ook al is dit schadelijk voor het materiële en morele welzijn van het eigen volk. In België belichamen de heersende klasse, de met haar verbonden ‘democratische’ partijen en het gehele establishment de belangen van het mondiaal kapitaal.

Supranationale technocratieën

Door haar vérgaande financiële verstrengeling met de mondiale kapitaal groepen en als volgzame politieke behoedster van hun belangen, kan de Belgische klasse niet langer een ‘nationale’ politiek uitstippelen die tegelijk haar eigen klassebelangen dient, en toch ruimte laat voor een gewaarborgde bestaanszekerheid en ontplooiing van welvaart en welzijn voor de arbeidende bevolkingslagen.

De huidige multinationale ontwikkelingsfase van het kapitalisme wordt geleid door een kapitalistische grootindustrie die haar snel inkrimpende rol in het proces van kapitaalsaccumulatie nog slechts kan rekken ten koste van het welzijn en de welvaart van de brede bevolkingslagen. Want in de economische kernlanden, waaronder Vlaanderen, is er een snelle evolutie aan de gang van een industriële naar een diensteneconomie. De grootkapitalistische belangen vereisen imperatief de afbouw van de welvaartstaat en de ontmanteling van de democratie. In deze fase is de nationale staat (en elk nationalisme) een hinderpaal en een gevaar geworden voor de nieuwe wereldorde.

De concentratie van economische en politieke macht in de handen van het multinationaal kapitaal en zijn ondemocratische supranationale instellingen is angstwekkend. In naam van de internationale concurrentie en in het uitsluitende belang van de multinationale groepen, dringen zij een sociaal-economisch beleid op dat leidt tot steeds toenemende werkloosheid, roofbouw op het milieu, afbouw van de sociale verworvenheden en toenemende verarming. Door de ontmanteling van de nationale democratie ontstaat binnen alle landen ter wereld een proces van maatschappelijke desintegratie. Dit beleid betekent tevens een bedreiging voor het bestaan van de kleine volkeren.

De nationale staat moet verdwijnen, als autonome democratische beleidsstructuur, omdat de voortzetting van de wilde expansie van de technologische multinationale grootnijverheid vereist dat men controle verwerft, wereldwijd, over alle financiële hulpbronnen. De staatsstructuren en regeringen hebben nog slechts een taak als regulators van de deregulatie. Om diezelfde reden màg geen van de nieuwe supranationale beleidslichamen (EU met de Euro, IMF, WTO, NATO, …) onderworpen worden aan enige democratische druk. De nieuwe (door de Amerikanen geleide) wereldorde is, in zijn wezen zelf, anti-nationaal én anti-democratisch.

Het is daarom dat de Belgische heersende klasse een reeks essentiële bevoegdheden qua politieke economie heeft afgestaan aan die vreemde, Europese of andere supranationale technocratieën. Dit laat hun toe om via deze instanties van buiten- en bovenuit de bevolking een beleid op te leggen, zonder nog rekening te moeten houden met de democratische druk van de werkende bevolking. Het beleid dat daar uitgestippeld wordt, dus zonder enige ‘linkse’ pottenkijkers, kan dan als een reeks onbespreekbare oekazes aan de regeringen, parlementen en bevolking opgelegd worden. Dus samen met die supranationale technocratieën organiseert de oude Belgische klasse mee de werkloosheid en de sociale afbraak die van jaar tot jaar steeds harder onze werkzame Vlaamse bevolking teisteren.

De Belgische partijpolitiek

De inschakeling van de Belgische bourgeoisie in het multinationaal kapitalisme heeft tot gevolg dat het sociaal-economisch beleid steeds minder op nationaal-Belgisch vlak wordt bepaald. Noch op regionaal, noch op federaal en zeker niet op supranationaal niveau komt de democratische wil van de bevolking nog aan bod.

Het Belgisch establisment controleert het staatsapparaat en bepaalt de oriëntatie ervan, door middel van haar drie traditionele politieke families (en enkele kleintjes die daarrond zwermen): de liberalen, de christen-democratie en de sociaal-democratie. Deze verdelen netjes onder elkaar de niet geringe voordelen van de macht. In ruil omarmen zij, zonder voorbehoud, de ideologie van het grootkapitaal m.n. het neo-liberalisme, en dragen deze verder uit naar het middenveld via hun talrijke vertakkingen in de civiele maatschappij: sociale en economische groeperingen, culturele en wetenschappelijke instellingen, de pers en media, onderwijs, opiniemakende intellectuelen, etc. Dit gaat verder dan een zuiver politieke indoctrinatie via propaganda en hersenspoeling: het is haast een volledige culturele conditionering van alle volkslagen.

De politieke basislijn van de Belgische heersende klasse –en van alle partijen van het establishment, ook de zgn. Vlaamsnationale en socialistische- is de inschakeling van onze samenleving in de nieuwe economische en politieke structuren van het gemondialiseerd kapitaal, onder Amerikaanse hegemonie. Deze inschakeling wordt in de heersende ideologie voorgesteld, niet alleen als onafwendbaar (want er is zogezegd geen alternatief) maar bovendien als gunstig voor de toekomstige welvaart van het volk. De nadruk ligt wel op ‘toekomstige’ want ook een blinde kan zien dat, de laatste decennia, de welvaart en het welzijn van de grote massa steeds verder achteruitgaan. Zelfs bij ons wordt de kloof tussen arm en rijk zienderogen groter, steeds grotere groepen zinken weg onder de armoedegrens, en de gelukkigen die nog werk hebben of vinden, mogen onder steeds grotere druk voor een steeds schralere beloning zwoegen.

Dit is het politieke credo van het Belgisch establishment en zijn opeenvolgende regeringen. En deze geloofsbelijdenis wordt, minstens impliciet, gedeeld door alle partijen die deelnemen (of willen deelnemen) aan de uitoefening van de macht, zonder uitzondering. Het is op diezelfde ideologische basis dat, uiteindelijk, ook de valse argumentatie berust, als zou elke aantasting van de bestaande Belgische staatsstructuur strijdig zijn met de sociale en economische belangen van de massa.

Daaruit volgt dat het partijpolitiek bedrijf zich meer en meer beperkt tot een electoraal steekspel, zonder inhoud, tussen de verschillende partijen van het establisment. De Belgische of ‘Vlaamse’ politiek gaat slechts over secundaire problemen en mag geen interne sociale of communautaire geschillen weerspiegelen. Het politiek taalgebruik lijdt aan een toenemend verlies aan substantie. De theatrale politieke concurrentie, waarin de partijen vechten om electorale winst, is verworden tot een subsysteem steeds verder onthecht van reële maatschappelijke of klasse-fundaties. Programmatisch verschillen de partijen nauwelijks van elkaar (wat overloperij vergemakkelijkt) waardoor het belang van de politieke communicatie en politieke marketing enorm is toegenomen. Het politiek schouwspel van propaganda en publieke-imago-makerij is een deel van ons dagelijks leven geworden. Verkiezingen worden niet meer gewonnen of verloren volgens de relevantie van sociale problemen (want daarop heeft men toch geen vat meer) maar als gevolg van het succes of falen van doordringende public-relations-activiteiten, georganiseerd via de media en geleid door duurbetaalde professionals.

In wezen zijn alle Vlaams-Belgische partijen conservatief. Hun voornaamste bekommernis bestaat erin samen de bestaande staatsstructuur te verdedigen, teneinde hun toe te laten verder de belastingen, betaald door de burger, te verdelen onder hun vriendjes en achterban.

Verzwakt links

Dit geldt dus ook voor de zogenaamde progressieve Vlaamse partijen. Economisch zijn ze neo-liberaal, maar ze geven zichzelf graag een ethisch-links cachet. Zij hebben de mond vol van sociale rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en multiculturalisme, maar tegelijk verdedigen ze het terugdringen van de rol van de staat op gebied van fiscaal beleid en welvaart. Dit traditioneel links is zelfs de verdediger van de Europese Unie en van de aggressieve oorlogsmachine, die de NAVO is geworden. Volgens hen ligt de oplossing voor de sociale problemen in industrieel-economische groei. Al hebben deze partijen hun connectie met de vakbeweging bijna verloren, zij delen met hen de mening –of beter: koesteren samen de illusie dat mettertijd de multinationale industrie opnieuw de motor van werk en welvaart zal worden. Alle heil zit volgens hen in het bevorderen van de transnationale technologische grootnijverheid.

De vakbeweging, de officiële vertegenwoordigers van de loon- en weddetrekkende bevolking, reageert wel tegen de gefragmenteerde en “free-rider”-attitudes die door hun bevriende “Derde Weg”-partijen worden gepropageerd (en die door liberale sociale wetenschappers als ‘natuurlijk’ worden voorgesteld), maar daar blijft het dan ook bij. De leiding, apparaten en nomenklatoera (niet de basismilitanten en gewone leden!) van de arbeidersbewegingen zijn via het Belgisch neo-corporatief systeem van arbeidsverhoudingen met handen en voeten gebonden aan de Belgische staat. Ze zijn er ideologisch en institutioneel mee verstrengeld. Als ‘partner in de overlegeconomie’ voelen ze zich goed opgenomen in het establishment. Ze weigeren fundamenteel in te gaan tegen de toenemende ontmanteling van de economische en sociale bevoegdheden van de nationale welvaartstaat ten voordele van de Europese en andere supranationale technocratieën. De vakbeweging legt, buiten het peuteren aan loon- en arbeidsvoorwaarden, eigenlijk geen strobreed in de weg aan het industrieel patronaat, de kapitalistische staat en de opeenvolgende neo-liberale regeringen. Hun depolitisering en incorporatie maakt ook hen in wezen conservatief.

Zelfs die hooggeplaatste syndicalisten die beseffen dat de imperatieven van het grootkapitaal de ontplooiing verstikken van de nieuwe sociale krachten waarop de Vlaamse welvaart steunt, willen hun nationale roeping niet opnemen. Ze hebben weinig zin –met de verdwijning van de Belgische staatsstructuur- hun verworven positie van “second brillant”, als ondergeschikt component van het establishment te verliezen. Ze keren niet graag terug naar de heroïsche, maar weinig comfortabele tijden van combattieve klassenstrijd.

Het kan niet anders, nu links zijn historische taak heeft opgegeven, dat er een conflict met de basis steeds scherper zal naar voren treden. De mistevredenheid onder de bevolking wordt voorlopig opgevangen door populistisch extreem-rechts. Het verbaast ons niet dat vooral vroegere aanhangers van het socialisme vandaag hun stem aan de Vlaamse afdeling van Europees extreem-rechts geven.

De staatshervormingen

Het Belgisch establishment zag zich op een bepaald ogenblik genoopt tot ‘toegevingen’ aan de Vlaamse Beweging. Maar hun grote staatsmanskunst heeft alle hervormingen aan banden gelegd zodat deze geen gevaar voor hun positie konden betekenen. De overgang van het unitaire naar het federale België werd helemaal door de Belgische elite gedirigeerd. Ze deden dit soms volgens wat hun op het moment uitkwam, maar meer nog volgens die voorwaarden die fundamenteel gunstig waren om hun economische belangen veilig te stellen en volgens strategieën op lange termijn. Het terugschroeven van de federalisering (neo-unitarisme) was daarin al voorbereid.

De zogezegde leiders van de Vlaamse Beweging vertoonden minder politieke bekwaamheid. Ze hadden van begin af aan al gekozen voor het reformisme, voor de strategie van partiële hervormingen achter elkaar. Dat betekende meedoen met het systeem. De Vlaamse ‘leiders’ schoten in de jaren van de staatshervormingen schromelijk tekort. Ze eisten ‘vormen van autonomie’ zonder zich op voorhand af te vragen wat er achteraf te doen stond en ze lieten in alle omstandigheden de grenzen van de onderhandelingsruimte bepalen door de Belgische elite.

Een eeuwenoude techniek van een establishment, dat in zijn suprematie bedreigd wordt door een volkse en democratische beweging, bestaat erin de leiding van deze beweging te absorberen in het raderwerk van de macht – mits enkele symbolische of marginale toegevingen aan de achterban. Het Belgisch establishment had goed op tijd nieuwe partners gezocht: een ‘Vlaamsgezinde elite’ werd in het leven geroepen, juist om de Belgische zaak te versterken. Hierin moesten de vervlaamste Belgische partijen en de leiding van de Vlaamse Beweging opgenomen worden. Op die manier werden de leiders van de Vlaamse Beweging haar efficiëntste vijanden.

Die zogezegde Vlaamsgezinde politieke leiders stonden telkens te trappelen om minister of minister van staat te worden, denkend –of voorwendend te denken- dat met hun persoonlijke opname in het establishment, het Vlaamse volk politieke macht verwierf. In werkelijkheid hielpen zij niet alleen het Belgisch regime uit een crisis te redden, maar het zelfs te versterken.

De Vlaamse medewerkers aan het Belgisch federalisme hebben de plaats van vroegere unitaristen in de schoot van het Belgisch apparaat ingenomen. Hoe meer vormen van ‘autonomie’ bekomen werden, hoe meer lintjes en postjes er uitgedeeld konden worden en hoe meer ‘Vlaamsgezinden’ zich inschakelden in het Belgische kamp.

Veel van die Vlaamse federalisten blijken nu slechts beperkte sociale groepen, families of individuele opportunisten te vertegenwoordigen die machtsposities in de min of meer hervormde Belgische staat hebben bemachtigd of willen bemachtigen. Zij zijn vaak slechts de spreekbuis van de Vlaamse managers-elite, in dienst van grote multinationals. De federalisering was er immers op gericht het revolutionair potentieel van de bevolking te bestrijden.

Zelfs een oppervlakkige analyse toont aan dat de staatshervormingen slechts een gedeeltelijke, een klein-politieke omvorming betekenen, een omwenteling die de steunpilaren van wat België is overeind laat. Het Belgisch federalisme geeft Vlaanderen een autonomie zuiver in de vorm in een fundamenteel ongewijzigd kader. De diepe sociaal-economische verhoudingen bleven onveranderd. In het federale België met zijn opzettelijk ingewikkelde structuren, blijven Vlaanderen en Wallonië onderworpen aan de heerschappij van een voorbijgestreefde unitair-Belgische machtselite.

Door deze geniale zet van de opeenvolgende staatshervormingen in hun huidige gedaante, wist de Belgische bourgeoisie haar macht te bestendigen en te verstevigen. Terwijl alle belangrijke bevoegdheden, ook financieel, in handen blijven van het centraal gezag, werden een groot aantal secundaire en uitvoerende functies gedelegeerd naar een opzettelijk verwarrend structureel kluwen van elkaar overlappende en beconcurrerende Gewesten en Gemeenschappen.

Ook de talrijke blokkeringsmechanismen, ingevoerd in het politiek beslissingsproces, en de verlammende verdeling van de bevoegdheden tussen de centrale (federale) macht en de ondergeschikte (regionale) echelons, laten het de oude machtskern toe verder de reële politieke macht uit te oefenen, zonder dat de democratische druk van de burger nog op het beleid kan wegen, zoals dat voorheen het geval was.

Door de staatshervormingen werd de Vlaamse meerderheid in België politiek uitgeschakeld. Het federalisme staat voor Belgische dominantie per intermediair van federale en regionale instellingen. In het zogenaamde ‘federale’ België wordt de volkswil voortaan steeds geblokkeerd door een coalitie van conservatieve krachten zodra die volkswil raakt aan de privilegies en machtsposities van het Belgisch establishment en van zijn profiteurs.

De Vlaamse regering is slechts een telegeleide kopie van de Belgische en heeft overigens geen enkele macht om in te grijpen in de sociaal-economische ordening. Haar leider, diegene die zich minister-president van Vlaanderen noemt, is eigenlijk een proconsul voor België.

De verdere emancipatie van het Vlaamse volk wordt helemaal niet gedragen door de bekomen ‘eigen’ instellingen. De Vlaamse natie-vorming wordt niet gestimuleerd maar wel gefnuikt door die creatie van de drie Gemeenschappen en Gewesten. Het Vlaamse volk, als sociaal-economische entiteit heeft geen zeggenschap over het belangrijkste deel van zijn grondgebied, m.n. over zijn hoofdstad Brussel. Het hart van de Vlaamse economische integratie en van het Vlaams arbeidssysteem wordt alzo politiek uitgesneden.

En wat moeten we ons bij ‘een gemeenschap’ voorstellen? Een natie, al heeft ze vlottende grenzen, is een zichtbare collectieve identiteit die empirisch gemeten kan worden. Maar waar zit’m ‘de gemeenschap’?


Conclusie

De historische symbiose tussen kapitalisme en nationalisme –kenmerk van het voorbije moderne tijdperk- is definitief ten einde. Het ideologisch anti-nationalisme van de linkerzijde is nog slechts een anachronisme. De aanwezigheid van links binnen het establisment biedt geen substantieel voordeel meer voor de werkende bevolking. De sociale problemen van Vlaanderen kunnen geen oplossing meer vinden binnen het Belgische bestel. Daarom is het doel van het sociaal-flamingantisme het bekomen van een soevereine Vlaamse republiek. Met de verdwijning van de huidige Belgische staat verliest de oude heersende klasse haar politieke macht: dàt is een progressieve doelstelling!

 

naar boven

 


 

Ideologische richting voor een hernieuwde Vlaamse Beweging

Hoe moet de republiek eruitzien?
Fundamenten voor een ontwerp van een soeverein Vlaandere
n


Progressief nationalisme

Wij sociaal-flaminganten zijn geen ideologische of reactionaire dagdromers. Wij laten ons niet leiden door een abstracte, metafysische ideeënleer. Wij willen het onafhankelijke Vlaanderen niet inrichten volgens dogmatische principes of ingevoerde modellen. Wij wensen niet terug te keren naar een of ander pre-Belgisch verleden. Wij willen geen bekrompen Vlaanderen. Voor een provincialistisch republiekje bedanken wij.

Wij zijn geen eng-nationalisten. Wij geloven niet dat het winnen van de Vlaams-nationale strijd en het bekomen van Vlaamse staatsmacht zouden volstaan om al de maatschappelijke problemen van onze samenleving te genezen. Zo’n denkwijze kan immers uitmonden in standpunten tegengesteld aan de aspiraties van de bevolking en verworden tot een anti-sociale, bourgeois of reactionaire stanza. Vlaamse zelfstandigheid lost op zichzelf geen problemen op. Zoals elke andere staat zou een Vlaamse staat zich kunnen ontpoppen tot een instrument van anti-democratische politiek.

Wij strijden niet voor zelfstandigheid enkel opdat op elk overheidsgebouw in Vlaanderen de leeuwenvlag zou wapperen (al hebben we daar op zichzelf geen bezwaar tegen, integendeel!). Vlaanderen zal niet zomaar stoppen met Belgisch te zijn, louter door onafhankelijk te worden. Een Vlaamse republiek mag niet uitdraaien op de creatie van een klein-België. Een Vlaamse staat heeft geen enkele zin indien het resultaat de voortzetting van de huidige Belgische politiek op sociaal-economisch en internationaal vlak zou betekenen. Niet enkel heeft zo’n ‘zelfstandig’ Vlaanderen geen enkele zin, het heeft ook heel weinig kans er te komen!

Ons einddoel gaat verder dan het verwinnen van formele politieke zelfstandigheid. Maar het is –en dat beseffen we zeer scherp- een basisvoorwaarde voor een democratisch sociaal-economische en cultureel progressieve ontwikkeling, op een voor de bevolking herkenbaar niveau. De strijd voor Vlaamse autonomie is een noodzakelijke etappe op weg naar herstel van de democratie. Zelfstandigheid vormt een integrerend bestanddeel van elk geloofwaardig politiek alternatief voor de Belgische bourgeoisstaat. De Vlaamse natie is de enige tegenstructuur waarbinnen de arbeidende bevolking zijn democratische macht kan projecteren en de economie terug onder democratische controle kan brengen, in functie van werk, welvaart en sociale rechtvaardigheid. Het is de enige manier om ons te verdedigen tegen de internationale pletrol van het multinationaal kapitalisme.

Wij willen dat de Vlamingen hun persoonlijkheid als vrij volk verwerven, dat ze maker van hun eigen geschiedenis worden. De Vlaamse natie moet echt vrij zijn haar eigen bestemming te kiezen: ze moet het initiatief echt in eigen handen krijgen. Dit initiatief zit in onze capaciteit ons bestaan als samenleving te produceren en te reproduceren m.a.w. in onze volkskracht. Wij streven daarom naar de volledige bevrijding van de Vlaamse productieve krachten. Vlaamse onafhankelijkheid betekent voor ons een parallellisme tussen socio-economische onderbouw en politiek beleid. De abstracte strijd voor democratie en volkswelvaart wordt volgens ons geconcretiseerd in de nationale opzet van het Vlaamse volk.

Het sociaal-flamingantisme heeft dus een breedmaatschappelijke boodschap. Voor ons is de idee van Vlaamse autonomie verbonden met de grote maatschappelijke problemen van deze tijd, zowel nationaal als internationaal. Door ons streven naar politieke macht zoeken wij ook een oplossing voor de existentiële kernproblemen van het volk, hun materiële en morele belangen. Wij willen een duurzame symbiose tussen de strijd voor Vlaamse zelfstandigheid en de strijd voor sociale en politieke ontvoogding van de bredere arbeidende lagen van de bevolking.

Het is alleen in samenstrijd met de werkende klassen dat de Vlaamse Beweging haar doelstellingen kan bereiken.

De Vlaamse belangen zijn strijdig met deze van het gemondialiseerd kapitaal: ons nationalisme wordt een beslissende hefboom voor de bevrijding van de mensheid uit de handen van een voorbijgestreefd en schadelijk politiek-economisch bestel. Vlaamse zelfstandigheid betekent het breken van de politieke heerschappij van de Belgische heersende klasse, en dus van de dominantie van het mondiaal kapitaal in ons land.

Het sociaal-flamingantisme wil een nieuwe visie ontwikkelen op de economische en politieke ordening van de maatschappij. Onze visie sluit van de ene kant aan bij de waarden die de cultureel-nationale identiteit van het Vlaamse volk determineren. Zij is anderzijds in strijd met de tot nu toe overheersende levensbeschouwing, welke die is van de op dit ogenblik gevestigde Belgische staatsmacht.

Democratisch herstel

Wij willen dat het zelfstandige Vlaanderen democratisch, open en sociaal vooruitstrevend zal zijn. Wij zoeken de emancipatie van het gehele Vlaamse volk.

Emancipatie betekent op de eerste plaats een perspectief op verdere ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid, voor alle lagen en klassen van de bevolking. Dit kan alleen maar door een waarachtige erkenning van de menselijke waardigheid van elke burger door hem reële inspraak te verzekeren in de politieke besluitvorming. Voor ons staat de democratie centraal: het recht van de mens om zelf te beslissen over zijn toekomst. In de Vlaamse republiek moet het volk opnieuw (meer) zeggenschap verwerven over eigen lot en bestaan.

Wij willen een onafhankelijk Vlaanderen opdat eindelijk het gehele volk, op democratische wijze, rechts en links in open debat en samenspraak, bij meerderheid zou kunnen beslissen welk beleid er in onze opinie het best geschikt is om de welvaart en welzijn van iedereen te verzekeren.

In de Vlaamse republiek zal opnieuw één regering verantwoordelijk zijn aan één parlement, over het gehele grondgebied, Brussel inbegrepen, zodat de democratische controle en de democratische wil van de bevolking opnieuw zijn volle effect kan sorteren. En dat parlement zal volledige bevoegdheid hebben, ook op sociaal en economisch vlak. De economie moet opnieuw onder de democratische controle van de verkozenen van het volk gebracht worden.

De republiek trekt opnieuw de nodige bevoegdheden naar zich toe voor het voeren van een eigen socio-economische politiek, aangepast aan de Vlaamse noden en gericht op de welvaart en welzijn van de bevolking. Een zelfstandig Vlaanderen zal de volkssoevereiniteit niet meer verkwanselen aan allerlei supranationale technocratieën van het mondiaal monopoliekapitaal, zoals daar zijn: de Europese Centrale Bank met haar euro, het IMF, de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie.

Volkswelvaart

Het onafhankelijk Vlaanderen zal democratisch perspectief bieden voor alle groepen die vitaal belang hebben bij de uitwerking van een andere sociaal-economische ordening dan deze, die thans door het zielloze België passief wordt ondergaan. De republiek moet het institutioneel kader worden van een nieuwe economische politiek.

De multinationale groot-industrie bekleedt niet langer de centrale plaats als voornaamste bron van tewerkstelling en welvaart. De belangrijkste impulsen voor een reële economische ontwikkeling gaan voortaan uit van de dienstensector, dit zijn de openbare diensten en instellingen en de KMO’s. Deze nieuwe Vlaamse productiewijze wordt in haar ontplooiing echter belemmerd door het beleid van het Belgisch establisment. België usurpeert de ontwikkelingsvrijheid van onze nationale productieve krachten. Via de Belgische staat slorpen de grote, multinationale industrieën het leeuwenaandeel op van de bestaande kapitalen.

De massa van honderdduizenden loon- en weddetrekkenden, de grotendeels intellectuele arbeiders in de openbare en gesubsidieerde diensten en de gehele tertiaire sector, worden van jaar tot jaar meer bedreigd in hun welvaart en bestaanszekerheid. Zij wachten op een alternatief. Zij zullen binnen het onafhankelijke Vlaanderen ruimte krijgen voor hun legitieme democratische macht als potentiële meerderheid.

De tienduizenden nieuwe, zelfstandige, intellectuele en vrije beroepen die hun bestaan opbouwen rond de tertiaire sector staan onder druk. De duizenden KMO’s, vooral in de dienstensector, die de ruggengraat van de Vlaamse economie vormen, hebben het met de dag moeilijker. De belangen van kleine zelfstandigen, traditionele middenstanders en kleine-bedrijfsleiders komen steeds scherper in botsing met de ongebreidelde expansie van de mondiale grootnijverheid.

De bedrijfsleider van een KMO, het kaderlid van een onderneming, de ambtenaar van een belangrijke openbare dienst, de zelfstandige beoefenaar van een vrij beroep: zij ervaren allen dat de ontplooiing en zelfs het bestaan zelf van hun bedrijf/dienst/beroep met de dag problematischer wordt. Voor hen vormt een zelfstandig Vlaanderen mogelijk een ander en beter antwoord.

In de Vlaamse republiek zullen allen die voor hun bestaan werken echt hun lot in eigen handen krijgen. Zij zullen hun democratische controle kunnen vestigen over de essentiële hefbomen van de economie –geld, krediet en kapitaal- en die laten werken voor de expansie van de volkswelvaart en volkskracht.

Dit herstel van de politieke controle op het (binnenlands) kapitaal en op de investeringsstromen betekent dat die financiële middelen op de nieuwe economische krachten gericht worden, o.a. op die sectoren waar vooral duizenden Vlaamse KMO’s actief zijn. De spaargelden, geaccumuleerd binnen de Vlaamse economie, mogen niet langer wegvloeien naar buitenlandse (en gevaarlijke) beursspeculaties. Zij moeten gebruikt worden voor grootscheepse investeringen in die sectoren waar werkgelegenheid kan worden gecrëeerd en waar ook de grootste sociale en economische noden bestaan, zoals daar zijn:
• onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, naschoolse vorming en herscholing;
• gezondheidszorg, jeugd- en gezinsbeleid, bejaardenzorg;
• infrastructuur, vervoer en communicatie, toegankelijkheid van de grote steden;
• huisvesting en sociale woningbouw, stadsvernieuwing;
• milieubeleid, ruimtelijke ordening;
• enz…

Alleen zo’n beleid kan de volgehouden ontplooiing van de Vlaamse economie verzekeren. En alleen deze expansie, en niet een voortdurende inkrimping van de overheidsbestedingen, kan het evenwicht van de staatsfinanciën en van de sociale zekerheid herstellen.

De Vlaamse republiek zal zo een sterke welvaartstaat worden en garant staan voor:
• een rechtvaardigere verdeling van welvaart
• bestaanszekerheid voor werkenden en ouderen
• afdoende bijstand voor zwakken en zieken

Vlaanderen in de wereld

In deze tijd van wereldomvattende technologische netwerken, zijn internationale samenwerking en economische openheid noodzakelijk. Het sociaal-flamingantisme streeft natuurlijk niet naar een of ander autarkisch Vlaanderen. Wij zijn voor een Europese markt en voor een Verenigd Europa. Maar dan wel voor een Europa van de Volkeren, een Europese Confederatie waarbinnen elke natie, groot of klein, met behoud van haar zelfstandigheid en identiteit, na intern democratisch debat beslist over wat deze statenbond kan doen of moet laten.

Een gemeenschappelijke (Europese) markt kan immers functioneren mèt behoud van de volledige volkssoevereiniteit van de lidstaten. De voorbeelden van de Benelux of van de Europese Gemeenschap van vóór het Verdrag van Maastricht tonen dit aan.

Alleen een onafhankelijk Vlaanderen kan de belangen van onze Vlaamse bedrijven en van onze werkende bevolking in het internationaal concert verdedigen.

In een (trage maar zekere) groeiende integratie met Nederland en in samenwerking met andere volkeren, vormt het zelfstandige Vlaanderen een noodzakelijke tussenstap, een basisschakel, in de opbouw van een democratisch Europa.

Een Vlaamse republiek kan mee wereldwijd de strijd aanbinden tegen de verpaupering en de destabilisering van de landen van de Derde Wereld, resultaat van de mondialisering en deregulering van het kapitaal. Dit, en niet een racistische hetze, is het enige middel om een einde te stellen aan de steeds aanzwellende migratiegolf die, op termijn, de maatschappelijke cohesie in ons land zou kunnen bedreigen.

Conclusie

Het zou kunnen dat de sociaal-flamingantische standpunten op korte termijn electoraal minder lonend zijn dan het demagogisch exploiteren van xenofobe impulsen. Maar laten we stellig verder doen: op het moment van een echte crisis zal het volk wel achter ons project gaan staan. De volksmens voelt zeer goed aan wie zijn belangen verdedigt en wie niet.

naar boven

 


 

Politiek-organisatorische vorm van een hernieuwde Vlaamse Beweging

Wat te doen om er te geraken?
Aanzet, volksbeweging en radicale politieke partij

De tijd dat er iemand nog ernstig kan geloven in ‘de partij(en) van de Vlaamse beweging’ is voorbij. Een nieuw begin vergt de eerste echt zelf genomen stappen. Vanaf nu gaan wij werken aan ‘de Vlaamse beweging als partij’d.w.z. aan machtsvorming buiten het systeem. Dit houdt in dat de kleine kern van reeds overtuigden aan de slag gaat om een brede sociale beweging op te zetten waaruit vervolgens een slagkrachtige politieke partij kan groeien.


Het nationaal bewustzijn vormgeven

Aanzet

Er is vandaag in Vlaanderen al een verspreide groep van mensen met een duidelijk progressief nationaal bewustzijn. Zij koesteren het visioen van een soeverein en sociaal Vlaanderen. De opzet van de Sociaal-Flamingantische Landdag is om hen samen te brengen zodat we stilaan een radicale kern kunnen gaan vormen, een solide eenheid, doordrongen van de doelstellingen en klaar voor actie. Die Kern moet de aanzet vormen tot een eigen effectief Vlaams-nationaal instrument van analyse, kritiek en strijd.

Die minderheid zal zichzelf helemaal niet zien als een moreel zuivere elite –‘een leidende maar dienende aristocratie’- die het onwetende volk naar het Beloofde Land zal brengen, noch als een revolutionaire samenzwering door een centraal comité dat de finale arbiter van de waarheid zou zijn en dat geweld onvermijdelijk acht.

We zullen evenmin de fout begaan van ons af te scheiden van de talrijke gematigden binnen de Vlaamse beweging die denken dat Vlaams zelfbestuur mogelijk is mèt het behoud van de Belgische staat, zij het in confederale vorm. We zullen hun niet het recht ontkennen van te spreken in naam van of van deel uit te maken van de Vlaamse beweging. Zo’n sectarisme vertraagt immers het proces van bewustvorming binnen de groep van Vlaamsgezinden als geheel. En het Belgisch establisment zal dit ook steeds aangrijpen om een recuperatie-offensief naar de gematigden te lanceren.

Ook het traditionele radicaal-flamingantisme –de cultureel-ethnische en moreel-nostalgische Vlaamse beweging- beschouwen we niet als een tegenstrever, maar wel als een bondgenoot in het streven naar een nieuwe maatschappij. We willen hen niet in de armen duwen van racistische demagogen en fascistische fraseologen.
Binnen de Vlaamse Beweging is er plaats voor allen, radicalen en gematigden, progressieven en traditionelen. Op de eerste plaats moet hier de dialoog gevoerd worden.

Maar zeker naar de bredere bevolkingslagen, naar hen die zich niet betrokken voelen bij de huidige Vlaamse Beweging, moet de bewustmaking gericht zijn. Dit is een moeilijke opgave want het embryonaal nationaal bewustzijn dat zich in de jaren 1960 onder de Vlamingen zo sterk manifesteerde, is sedertdien ver achteruit geworpen, door federalisme en neo-unitarisme. In die mate zelfs dat een succesvolle hernieuwing van de Vlaamse Beweging op louter spontane basis volgens ons niet meer tot de mogelijkheden behoort.

We zullen initieel als een soort studie- en attenderingsbureau moeten werken dat de Vlaamse mensen de instrumenten aanreikt om zichzelf op democratische wijze te bevrijden. Wetenschappelijk onderzoek is de leidraad en niet een collectie door speculatie gevestigde dogma’s. Onze aandacht is daarbij toegespitst op (1) een doorgedreven studie van de Belgische sociaal-economische structuur; (2) een diepgaande sociografie van de Vlaamse en Waalse bevolking; en (3) een uitvoerige beschrijving van het politiek-cultureel complex. Het wordt een etappe van wederzijdse vorming. We zullen nog verdere visies moeten ontwikkelen en concretere standpunten uitwerken en die in de publieke opinie propageren, d.m.v. publicaties, activiteiten en agitatie.

We moeten de spreekbuis worden van de brede sociale lagen, die in hun belangen geschaad worden door de Belgische klasse, haar staatsstructuur en haar ideologie. Door het volk te sensibiliseren, het te helpen zelf de waarheid te achterhalen, maken we een aanvang aan het doorbreken van de ideologische suprematie van de oude Belgische heersende klasse.

We moeten het volk een denkkader aanbieden dat hen verlost van al die geloofspunten die de Belgische staat via haar apparaten heeft verspreid. Ons denkkader is radicaal sociaal en democratisch, zodat het kan vervangen wat het neo-belgicisme van de termen “democratie”, “welvaart” en “welzijn” heeft gemaakt. Alle ingebakken belgicisme moeten we trachten te vernietigen.


Volksbeweging

Nationaal bewustzijn vormgeven wil uiteindelijk zeggen: bekomen dat via inzicht een meerderheid van de Vlaamse bevolking vijandig gaat staan tegenover de Belgische staat en niet meer bereid is haar enig krediet te geven. Wanneer dit bewustwordingsproces vordert, kunnen we een breed democratisch front tot stand brengen om de macht van het Belgisch establishment te gaan uitdagen. Het programma zal zowel appeleren aan de morele, culturele en nationale aspiraties van het volk alsook doorgedreven sociaal zijn.

Deze volksbeweging zal geen louter sociaal-economisch verbond tussen de Vlaamse sociale groepen zijn, waarbij iedereen particulier zijn voordeel wil doen. Nee, het gemobiliseerde volk zal ook ideologisch herenigd zijn. Het is weer ‘écht’ in de culturele en politieke dynamiek betrokken. Het weet waarom er een Vlaamse staat moet komen en hoe die er zal uitzien.

Deze ‘partij-in-wording’ is dus het lichaam waarbinnen het proces van politieke bewustwording concreet gestalte krijgt, en geleid en gestimuleerd wordt. Het mag geen louter oppositionele stroming worden die, occasioneel, tactisch reageert op specifieke conjuncturele situaties binnen de Belgische politiek. Neen: de georganiseerde beweging presenteert zich aan en in de civiele maatschappij als dé centrale kracht voor het scheppen van een nieuwe democratische republiek, gebaseerd op de soevereine wil van het Vlaamse volk.


Staatsmacht veroveren

Radicale partij

De strategie van een hernieuwde Vlaams-nationale beweging moet erop gericht zijn, door druk uit te oefenen, de talrijke en diepe tegenstellingen die steeds weer opduiken in het Belgische regime –omdat het naar zijn einde neigt- te verscherpen, te verdiepen en zo mogelijk naar een fatale eindcrisis leiden. Dit gebeurt wanneer het Belgisch regime in zijn eigen contradicties zo verstrikt geraakt dat de instellingen dreigen spaak te lopen.

De volksbeweging zal dus te gepasten tijde –d.i. wanneer de bewustwording al ver gevorderd is- een heuse Vlaams-radicale politieke partij moeten voortbrengen, een sterke formatie met kader, middenkaders en militanten, intern democratisch, met een sterke band tussen kaders en voetvolk. Deze partij zal nog verder de nieuwe zichtpunten over de toekomstige Vlaamse politieke structuur verspreiden.

De vroegere en huidige zogenaamd Vlaamsgezinde partijen hebben steeds getracht het Vlaams-nationalisme te milderen of het te recupereren voor één of andere strekking bínnen het Belgisch politiek spectrum. De partij die wij op oog hebben zal daarentegen de radicale politieke oriëntatie van de Vlaamse beweging gaan beveiligen.

Het concrete doel van de partij zal immers niet zijn de bestaande Belgische macht tot toegevingen te dwingen (zweeppartij), maar wel haar te breken op politiek-structureel vlak en haar greep op het Vlaams maatschappelijk proces definitief te vernietigen! Punt nummer één van het partijprogramma is de verovering van complete Vlaamse staatsmacht!

De partij zal dus gekenmerkt zijn door haar radicalistisch temperament en haar onwrikbare koers, kortom: door haar jacobijnse strategie die zich door niets of niemand laat afleiden of intimideren.

Dit betekent helemaal niet dat we extreme politieke beginselen en een onwerkbaar fanatisme aan de dag gaan leggen, of dat we ons gaan laten verleiden tot ondoordachte en dwaze politieke avonturen, wanneer de weerstand van de oude conservatieve krachten heviger wordt.
We zullen een politiek realisme hanteren dat zich aangepast weet aan de vereisten van de Belgische situatie.

Kern van de jacobijnse strategie is dat we slechts tevreden zullen zijn met wat niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Geen halfvolle valiezen meer van pietlullige hervormingen, die later openlijk of verdoken teruggeschroefd kunnen worden! De Vlaams-nationale partij zal nooit meewerken aan tussenoplossingen, zal alle compromissen weigeren en geen overeenkomsten sluiten met de Belgische macht.

Van meet af aan doet de partij afstand van elke intentie tot deelname aan de Belgische macht. Het is natuurlijk zo dat de aanwezigheid van een groeiende sociaal-flamingantische partij bij het establishment kwantitatieve veranderingen via parlementaire weg kan afdwingen (de zweep-functie zal tijdelijk doorwerken). Deze zullen de Belgische elite in de verdediging dwingen zodat haar echte karakter duidelijk wordt: ze neemt met haar linker hand dubbel terug wat ze met haar rechter gegeven heeft. Er is dus geen enkele reden om te gaan participeren in het Belgisch systeem, want onze kwalitatieve eisen kunnen toch niet verwezenlijkt worden binnen het huidige bestel.

De leiders van de Vlaams-nationale partij moeten de morele kracht bezitten om te verzaken aan eigen glorie en voordeel in het belang van het hogere doel. Ze weigeren principieel zich te laten integreren in het establishment. Ze laten zich niet omkopen met ministerportefeuilles, kabinetspostjes of de kans om vriendjes te benoemen. Ze willen geen minister van staat worden. De militanten koesteren geen hoop op een vetbetaald postje binnen België of op een sinecuur op een ministerkabinet.

De partij zal dus weigeren deel te nemen aan eender welke Belgische regering (behalve misschien aan de laatste met als programmapunt de liquidatie van de Belgische staat). Er wordt evenmin deelgenomen aan een Vlaamse regering: die is immers slechts een dociele doorslag van de federale, zonder enige fundamentele socio-economische capaciteiten.

Scheep gaan met de bestaande macht d.i. elke deelname vanuit een minderheidspositie aan de machtsuitoefening binnen het bestaande Belgische kader, betekent de redding van het Belgisch regime uit een crisis en dus de versterking, bestendiging en consolidatie van het Belgisch staatsbestel! Ook al zou men daardoor –meestal beperkte en eerder symbolische- hervormingen kunnen realiseren.

De verkozenen van de partij zullen zelfs niet zetelen in het Belgisch parlement: ze betwisten immers de legitimiteit van elke Belgische instelling. De mandatarissen leggen nooit de eed van trouw af aan de Belgische grondwet en koning.


Constituante

Een soevereine en progressieve Vlaamse staat is niet iets dat er van het ene op het andere moment kan komen. De verdichting van de idee ‘Vlaamse natie’ (de traditionele machten weerstrevende democratie) tot institutie (tot staat geconstitueerd volk) heeft tijd nodig, èn een moment van ‘illegaliteit’. Het betekent immers de creatie van een geheel nieuwe wettelijke orde en de implementatie van nieuwe wettelijke verhoudingen om zowel de openbare als particuliere sfeer van de Vlaamse samenleving te regelen.

De radicale partij moet haar strijd voor nationale onafhankelijkheid naar haar kiezers toe kunnen vertalen in een concreet project. De nodige overgangsperiode moet geduid worden als één moment.

Daarom zullen we het project van een Vlaamse Constituante gaan propageren. De beweging en partij willen het belangrijkste vehikel naar de belichaming van zo’n staatsinrichtende macht zijn. De kiezers wordt duidelijk gemaakt dat wanneer de Vlaams-radicalen ooit een meerderheid in het Vlaams parlement zullen leiden, ze dit zullen omvormen tot een Vlaamse Nationale Vergadering. Die zal eerst de formele Vlaamse onafhankelijkheid uitroepen en daarna de staatsinrichting ter harte nemen.

Het propageren van een Constituante is geen banale verkiezingsstrategie. De overgang naar een Vlaamse staat moet democratisch gefundeerd gebeuren. Het eigen constitutioneel model, weliswaar voorbereid binnen de volksbeweging en partij, moet vorm gegeven worden door het volk zelf. Het volk weet daartegen wel waar zijn belangen liggen en hoe die het best behartigd worden.
Tot nu toe hebben de leiders van de Vlaamse Beweging, die zich later tot het neo-belgicisme bekeerden, de massafactor uitgebuit. De deelname van het volk in de Vlaamse ‘strijd’ moest marginaal blijven, m.a.w. beperkt tot manifestaties, demonstraties en verkiezingscampagnes. Wij willen het volk echt het laatste woord geven in de oprichting van zijn eigen staat. Een Constituante is de enige organisatievorm waarin de belangrijkste verzuchtingen van de grote massa der gewone Vlamingen tot uitdrukking kunnen komen. De staat die daardoor gegenereerd wordt, zal de beste garantie voor volkswelvaart zijn.

De partij maakt van in het begin duidelijk welk de procedure zal zijn als ze ooit –alleen of in een door haar geleide coalitie- de meerderheid in het Vlaams parlement zal verwerven. Die zal er ongeveer als volgt uitzien: (1) de ontbinding van alle vroeger ingestelde Belgische machten, (2) een door het volk verkozen nationale staatsinrichtende vergadering met uitgebreide volmachten, m.a.w. een Vlaamse Constituante, (3) een voorlopig bewind geheel en al geworteld in de Constituante, (4) een staatsregelende grondwet wordt voorgelegd aan een nationaal referendum onder het Vlaamse volk, en (5) de Constituante wordt ontbonden na de goedkeuring van de grondwet, die een behoorlijk aangestelde regeringsvorm vestigt.

Alleen door een project voor een Constituante kunnen de Vlaams-radicale beweging en partij oprecht verdiende, massale steun verwerven. De kiezers weten dan dat er ooit algemene verkiezingen gaan komen die toch een heel bijzonder karakter zullen hebben: zij zullen de laatste zijn binnen een Belgisch staatsverband.

 

naar boven

 

[ SFL: p.a. Leuvensebaan 109, 3220 Holsbeek ] [ ARGENTA: 979-5930107-17 ] [ IBAN: BE61 9795 9301 0717 - BIC: ARSPBE22]