> Ontwerp SFL platformtekst: Vlaams Soevereinisme
I Situering
Het linkse vlaamsnationalisme is een emancipatiebeweging geworteld in
de geschiedenis waarin de strijd voor Vlaamse zelfstandigheid en soevereiniteit
verbonden is met de strijd voor democratie en volkswelvaart. Bij het begin
van de 21ste eeuw achten de linkse vlaams-nationalisten het van belang
hun uitgangspunten te actualiseren in het licht van de grote maatschappelijke
veranderingen. Die actualisering kan het best vertaald en samengevat worden
in een strijd voor een soeverein Vlaanderen.
vaarwel welvaartstaat?
We vertrekken vanuit een aantal basiskenmerken van het sociaal-economisch
regime en de plaats van België en Vlaanderen daarin. Vlaanderen behoort
tot de kernlanden van het mondiaal kapitalisme.
De mondialisering is een typische fase in de ontwikkeling van het kapitalisme
die in het laatste kwart van de 20ste eeuw op gang is gekomen. Door de
kosten van wetenschappelijk onderzoek, productontwikkeling, hevige concurrentiestrijd
rond technologische innovaties, overnames en de verovering van nieuwe
markten, stijgen de kapitaalbehoeften van de multinationale industrie
zodanig dat ze dwingend moet beroep doen op externe financiering. Zonder
ingrepen is de industrieel kapitalistische productiewijze gedoemd ten
onder te gaan onder het gewicht van haar kapitaalbehoeften. Vermits zijzelf
die financiële middelen niet meer kan genereren dient zij beroep te doen
op externe financiering en werd een mondiaal beleid van financiële deregulering
doorgevoerd.
Een neoliberaal beleid van deregulatie resulteert sedert circa 1980
in het wegzuigen van het sociaal kapitaal bij de loontrekkende mensen,
de middengroepen en de nationale staat in de kernlanden, met als gevolg
verarming, armoede en de afbraak van de welvaartstaat. De jongste twintig
jaar kunnen we dagelijks vaststellen hoe massale inleveringen worden opgelegd
aan de arbeidende bevolking, hoe de sociale zekerheid wordt ondermijnd,
hoe de jacht op zo goedkoop mogelijke arbeid wordt opgedreven via duizend
en één technieken. De welvaartstaat wordt leeggezogen door het derven
van inkomsten door sociale lastenverlaging waar geen jobs tegenover staan,
het instandhouden van grote fiscale fraude, slechte inning van belastingen
bij grote vennootschappen, privatisering van openbare dienstverlening,
belastingverlagingen waar vooral de hoogste inkomens hun voordeel mee
doen. Aan de uitgavenzijde van de balans staat bijgevolg onder meer een
torenhoge werkloosheid die in dit regime niet opgelost raakt, grotendeels
omdat het mondiaal kapitalisme behoefte heeft aan een groot reserveleger
aan werklozen, waarmee een sterke neerwaartse druk op de arbeidskost wordt
uitgeoefend. Er heeft kortom een enorme transfer plaatsgevonden van inkomens
uit arbeid naar inkomens uit kapitaal. De inkomens herverdelende functie
van de welvaartsstaat is sedert twintig jaar op zijn kop gezet.
De Verenigde Staten van Amerika zijn de leider van het neoliberaal kapitalisme.
Die samenleving geeft ons een idee in welke richting het kan evolueren
als het mondiaal kapitalisme zijn gang kan blijven gaan.Dit land is de
enige overgebleven supermacht na de val van de Berlijnse muur in 1989.
In dit land heerst een superrijke klasse op een sociaal kerkhof. Onder
president Bush kende dit beleid een dieptepunt. De VSA tellen 45 miljoen
armen waarvan 35 miljoen geregeld honger lijden, zowat de helft van de
zwarte bevolking leeft in armoede, 44 miljoen VS burgers hebben geen ziekteverzekering
en 25 miljoen geen toegang tot drinkbaar water, 750 000 Amerikanen brengen
elke nacht door op straat. Het land is verdeeld over twee grote politieke
blokken: een uiterst rechts conservatief blok en een centrumblok.
In een wereld onder het mondiaal kapitalistisch systeem sterven er elke
dag in de wereld 100 000 mensen van honger, van dorst of gemakkelijk te
genezen ziekten (slachtoffers van oorlogen niet meegeteld). Dat is om
de twee dagen een stad als Gent. De tweede wereldoorlog maakte op vijf
jaar tijd ongeveer 50 miljoen slachtoffers. Nu wordt dit getal om het
anderhalf jaar bereikt. Het mondiaal neoliberaal kapitalisme voert een
ongenadige oorlog tegen de armen van deze planeet. Momenteel bezitten
587 miljardairs evenveel rijkdom als het BNP van de 135 armste landen
samen.
In Europa is onder impuls van de Europese Unie, de politieke klasse
en de machtige bedrijfslobby's de toestand in dezelfde richting aan het
evolueren. In Groot-Brittannië is 25 procent van de Britten arm, vandaag
hebben 1,5 miljoen Britse kinderen onvoldoende te eten. Op het Europees
vasteland worden de rechts-conservatieve beleidsrecepten overgenomen,
niet alleen door Europees rechts maar ook door wat zich centrum links
en progressief noemt, zoals de Groenen en de Sociaal Democraten in Duitsland.
De tegenstellingen tussen rijk en arm nemen toe, ook in het rijke westen.
In rijke regio's zoals Vlaanderen zit zowat 13 procent van de bevolking
onder de armoedegrens, één op vier Vlamingen zit er juist boven en kan
door werkloosheid, ziekte of tegenslag onder de armoedegrens duiken.
Naast het economische is er ook het politieke aspect. Het overleven
van de multinationale grootindustrie vereist dat zij niet alleen de controle
heeft over de financiële hulpbronnen, maar ook over de schaarser wordende
grondstoffen (water, olie, ertsen, ...), de verkeersinfrastructuur en
de beïnvloedingsapparaten (onderwijs, reclame, media, pers, ...). In de
neoliberale wereldorde hebben de staten enkel nog een politieke taak,
het disciplineren van het volk en het mogelijk maken van de deregulatie,
privatiseringen, sociale dumping zoals uitgedokterd in de kantoren van
de multinationale technocratieën. De door de Amerikanen geleide wereldorde
is antisociaal, antidemocratisch en militaristisch, met name supranationale
lichamen zoals de EU, de NAVO, het IMF, WTO, G8, Wereldbank, OESO en dergelijke
zijn de uitvoeringsorganen van deze neoliberale wereldorde. Die orde moet
desnoods worden afgedwongen, een heel arsenaal aan middelen wordt daarvoor
ingezet: we denken aan economische sancties, schrapping van burgerrechten,
mediacampagnes tegen elites die niet in de pas lopen, politionele acties,
tot zelfs bloederige oorlogen en het met dwang (via geld en/of wapens)
van wat door de elite 'democratie' wordt genoemd. De agressiviteit van
de heersende klasse neemt ook toe omdat in de jaren negentig gevarieerde
vormen van volksweerstand tegen de neoliberale overheersing zijn ontstaan.
Dat is vooral het geval bij volkeren met een sterk nationaal bewustzijn.
De volkeren met een zwak natiebewustzijn, zwakke overheidsstructuren en
zwakke sociale organisaties zijn daarentegen het eerste slachtoffer van
het neoliberalisme. Vele landen kennen een proces van maatschappelijke
disintegratie. De nationale staat moet voor het mondiaal kapitaal verdwijnen
als autonome democratische beleidsstructuur, emanatie van de onafhankelijkheid
en soevereiniteit van alle volkeren. Parallel hiermee ontmantelt het neoliberaal
beleid de democratische rechten en vrijheden onder het voorwendsel van
"de strijd tegen het terrorisme".
Vlaanderen en België in het mondiaal kapitalisme.
Sedert de Belgische onafhankelijkheid in 1830 hield de Belgische heersende
klasse een centrale economische positie in het productieproces. Die centrale
positie liet haar in die tijd toe een eigen nationaal beleid te voeren.
Herinneren we er aan dat die politiek haar in de vorige eeuw toeliet tegelijk
haar eigen belangen te verzekeren en toch (weliswaar ook onder druk van
de werkende bevolking) ruimte te laten voor de opbouw van sociale zekerheid
en welvaart. De omvang van de door de staat gecontroleerde kapitalen lieten
toe een (Keynesiaanse) politiek van quasi volledige tewerkstelling te
realiseren en openbare dienstverlening te organiseren op het vlak van
onderwijs, sociale woningbouw, openbaar vervoer, gezondheidszorg, cultuur,
… De jaren 1950-1980 waren jaren van historische expansie van sociaal
welzijn en volkswelvaart en was het direct gevolg van een overheidsbeleid
dat controle had op de grote hefbomen van de nationale economie.
Dat beleid legde ook de basis voor de groeiende tewerkstelling in de diensteneconomie
in zowel de non-profit als de marktsector. Bijgevolg is de kapitalistische
industrie niet langer de centrale sector van de economie. De dienstensector,
de productie van niet-materiële goederen, neemt vandaag de centrale plaats
in de economie met in de kernlanden ca 75 procent van de tewerkstelling
in deze sector.
De autonomie van de Belgische bourgeoisie, die steunde op haar holdings
die het industrieel imperium controleerden (o.m. steenkool, textiel, ijzer
en staal, scheepsbouw, ...), werd vanaf ongeveer 1960 geleidelijk vervangen
door haar afhankelijkheid van mondiale financiële groepen en technologische
industrie. Die afhankelijkheid werd politiek bewerkstelligd door het afstaan
van een reeks essentiële bevoegdheden aan de Europese en mondiale supranationale
technocratieën. Dit liet de Belgische heersende klasse toe om via deze
instanties een beleid te voeren in dienst van hun belangen zonder rekening
te moeten houden met de inspraak van de werkende bevolking en haar organisaties.
Het beleid dat op dit supranationaal niveau wordt uitgestippeld (via samenwerking
van de heersende groepen van elk land afzonderlijk) betekent: meer werkloosheid,
sociale afbraak, overname van kmo's door oligopolies, verloedering alom
voor steeds meer groepen van de Vlaamse bevolking.
De Europese elite zegt te willen concurreren met de Amerikanen, maar
het komt neer op het kopiëren van het Amerikaanse model, met andere woorden
een frontale aanval op de welvaartstaat. De vrijmaking van de kapitaalmarkten
heeft de nationale overheden beroofd van de middelen om de nationale spaargelden
te richten op arbeidsintensieve, sociaal nuttige investeringen in eigen
land (in betere tijden was er bijvoorbeeld de Nationale Maatschappij voor
Krediet aan de Nijverheid). De gewone burger wordt aangemoedigd tot risicosparen.
Spaarkassen zoals de BAC worden opgenomen in grotere gehelen en zijn
banken geworden. Pensioenfondsen groeiden uit tot 'institutionele beleggers'.
Via vele verschillende technieken vloeit het beschikbare sociaal kapitaal
weg uit de reële economie naar het zuiver speculatieve kapitaal.
De Unie voert een neoliberaal beleid onder impuls van machtige lobby's,
de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de Europese ministerraden.
Zodoende worden de Europese en nationale parlementen grotendeels buitenspel
gezet, ondanks weerwerk van democratische en progressieve parlementsleden.
Dit neoliberaal beleid manifesteert zich op alle belangrijke terreinen
van het maatschappelijk leven. Zo gebeurt bijvoorbeeld de invoering en
het beheer van de Euro door de ECB in Frankfurt, zonder enige democratische
controle. En de Europese grondwet moet een verzekeringspolis worden van
de heersende elite tegen elk democratisch, economisch en ecologisch alternatief.
Een aantal van de neoliberale beleidsmaatregelen van deze EU: Onder
druk van de Europese Commissie komt de mediapolitiek volledig in de commerciële
sfeer, met als gevolg dat film en televisie niet langer als cultuurproducten
worden beschouwd maar als koopwaar. De EU introduceert via het Bologna
decreet een Bachelor-Master systeem (BAMA) aan de universiteiten, een
sterk op het bedrijfsleven gericht model dat technisch hooggeschoolde
en tegelijk neoliberaal gepolijste gediplomeerden aflevert. De Europese
unie miskent de talen van de Europese volkeren door op alle terreinen
steeds meer het Engels als norm te gebruiken.
Links in Vlaanderen: het rood van de tricolore
Bij het ontstaan en de groei van de arbeidersbeweging en de Vlaamse
beweging in de 19de eeuw speelden sociaalflaminganten en linkse Vlaamse
nationalisten een belangrijke rol. Die binding tussen sociale en politieke
klassenstrijd en het flamingantisme die toen bestond, werd na de nederlaag
van het Daensisme begin 20ste eeuw verbroken. Sindsdien is de heersende
klasse er in geslaagd die twee gescheiden te houden en daarnaast ook de
arbeidersbeweging zelf te splitsen in een katholieke zuil en een socialistisch-vrijzinnige
zuil.
Dat belette niet dat sinds het invoeren van het algemeen stemrecht na
de eerste wereldoorlog de arbeidersbeweging een belangrijke plaats heeft
veroverd in het Belgisch staatsbestel, via vakbonden, mutualiteiten, spaarkassen,
partijen, ... De arbeidersbeweging werd ingekapseld in het raderwerk
van de staat en zij kreeg inspraak in de uitwerking van het beleid op
sociaal en economisch gebied, in de tijd van het nationaal kapitalisme.
Deze inspraak was mogelijk omwille van twee redenen: de bourgeoisie voerde
vanaf de eerste wereldoorlog een Belgische "fordistische" politiek
van stijging van de koopkracht die een afzetmarkt schiep voor de massaproductie
van consumptiegoederen en anderzijds schakelde de leiding van de arbeidersbeweging
zich volledig in in de beleidsvisie van de heersende klasse. Zij verzaakte
aan de strijd om de politieke heerschappij in ruil voor stijgende welvaart
van de achterban. Door economische strijd en de politiek van de 'klassencollaboratie'
werd de basis gelegd voor de naoorlogse Belgische welvaartstaat.
Inmiddels zijn de kaarten dooreen geschud. Het Belgische nationale kapitaal
is zoals eerder gezegd opgenomen in het mondiale kapitaal. Besluitvormingcentra
over tewerkstelling, inkomen sociale zekerheid, gebeuren niet meer nationaal
maar zijn door de nationale elites overgeheveld naar internationale neoliberale
organismen buiten elke democratische controle. De Belgische staat was
een kader waarin sociale en culturele verworvenheden werden gerealiseerd
voor de arbeidende bevolking verworden tot een instrument van sociale
afbraak.We zijn er dan ook van overtuigd dat de verdediging van de Belgische
staat door de leiding van de arbeidersbeweging geen enkel substantieel
voordeel meer biedt voor de werkende bevolking. De arbeidersbeweging die
de Belgische staat blijft verdedigen is van een reëel partnership met
de bourgeoisie, in de vorige eeuw, nu in een rol geduwd van onderwerping
aan de neoliberale eisen die ons terug dreigen te werpen in de jaren van
voor de oorlog.
Deze verzwakking van de arbeidersbeweging is ook te wijten aan een reeks
objectieve factoren waarop de arbeidersbeweging alsnog geen antwoord heeft:
het laag klassenbewustzijn van de nieuwe arbeidersklasse in de dienstensector,
de overwegende kmo-structuur van de Vlaamse economie, de arbeidersbeweging
die er niet in slaagt de honderdduizenden werklozen te mobiliseren samen
met de werkenden voor een sociaal-economisch en politiek alternatief beleid.
De top van de arbeidersbeweging vertegenwoordigt eerder de werknemer-beleggers
dan de werknemer-slachtoffers. Vergeten we ook niet dat de naoorlogse
welvaartsstijging en de Koude Oorlog tientallen jaren lang de illusie
hebben gevoed dat ('sociaal gecorrigeerd') kapitalisme het beste systeem
is en garant staat voor eeuwige welvaart.
De tijd dat de politiek van klassencollaboratie rijke vruchten afwierp
is voorgoed voorbij.
Er is niet alleen het sociaal-economisch beleid waarin de top van de
arbeidersbeweging en traditioneel links op een verkeerd spoor zit. Ook
op het vlak van de vredespolitiek stellen we vast dat ondanks pacifistische
geluiden bij sommige progressieve Vlamingen en organisaties, de meeste
Vlaamse politici actief de politiek van de NAVO steunen, met gewezen NAVO-secretaris-generaal
Willy Claes (SP.A) en Atlantisten zoals M. Eyskens (Cd&V) op kop.
Nog steeds liggen er Amerikaanse atoombommen op Kleine Brogel. De paarse
regering verklaarde zich wel tegenstander van de door Bush ontketende
oorlog tegen Irak, maar behoudens een paar initiatieven van jongeren en
sommige politici was er geen verzet van de Vlaamse politieke klasse tegen
het ter beschikking stellen van de haven van Antwerpen voor het transport
van Amerikaans oorlogsmaterieel, een schril contrast met bijvoorbeeld
andere naties zoals Zwitserland en Oostenrijk die resoluut elk transport
over hun grondgebied weigerden.
Voor Vlaamse soevereinisten is het duidelijk. De leiding van de arbeidersbeweging,
traditioneel links en zijn intellectuele achterban, wenst haar positie
van "second brilliant" en ondergeschikte component van het Belgisch
establishment, die haar comfortabele posities oplevert, niet te verliezen.
Dit conservatisme en opportunisme moet slecht aflopen.
Daarenboven wordt de sterke positie van uiterst rechts in Vlaanderen door
het linkse en Belgisch-nationalistische establishment aangegrepen om het
gehele zelfstandigheidsstreven van Vlaanderen te reduceren tot een poging
tot rechtse staatsgreep. Men gaat over tot ondemocratische administratieve
praktijken zoals ooit in Oost Europa, door een aantal burgerlijke vrijheden
aan een rechts-conservatieve partij te ontnemen en een cordon-sanitair
in te stellen, in plaats van het politieke gevecht aan te gaan voor een
ander beleid. Men poogt zo twee vliegen in één klap te slaan: de bestrijding
van racistische en fascistische kreten is uiteraard lovenswaardig, maar
er is vooral een verborgen agenda: de Vlaamse beweging in zijn geheel
in een slecht daglicht stellen. Zodoende falen de arbeidersbeweging en
traditioneel links in hun historische taak als emancipatiebeweging voor
sociale vooruitgang, politieke democratie en vrede in Vlaanderen.
Bij gebrek aan een Vlaams en progressief politiek alternatief uit de
mistevredenheid van de werkende bevolking zich niet alleen in cynisme,
verzuring en heel wat spontane stakingen en acties. De ontevredenheid
van de vele arbeiders en bedienden, kleine zelfstandigen en kaders wordt
politiek gekanaliseerd naar een stem voor een uiterst rechtse partij die
inmiddels de grootste volkspartij is geworden in Vlaanderen.
Kan er een betere illustratie zijn voor het failliet van de strategie
en het optreden van centrum links en de progressieven in Vlaanderen?
De staatshervorming in België
Alhoewel de arbeidersbeweging en de Vlaamse beweging in Vlaanderen twee
aparte werelden zijn, bestaat er tussen beiden een parallellisme. Beiden
aanvaarden de Belgische heersende klasse, in ruil waarvoor de elite een
aantal toegevingen deed (sociale toegevingen naar de arbeiders toe en
communautaire naar de Vlaamse beweging toe). In Vlaanderen is aan
politiek doen in de Vlaamse beweging steeds geassocieerd geweest met het
zich een plaats veroveren in het Belgisch machtsbestel. Dat ging uiteraard
niet vanzelf. Deze strategie was ook mogelijk omdat de Belgische heersende
klasse nooit een strategie heeft gehanteerd van extreme, bloedige onderdrukking,
zoals wel het geval is geweest in andere landen (Spanje - Baskenland,
Groot-Brittannië - Ierland, de ex sovjetunie onder Stalin, Rusland - Tsjetsjenië,
Turkije tegenover Armeniërs en Koerden, …). De Belgische heersende klasse
koos in de eerste plaats voor de recuperatie in plaats van de repressie
om de dreiging van een volkse, democratische beweging zoveel mogelijk
te neutraliseren. Het Belgische establishment gaf toe op de vervlaamsing
van het onderwijs, het openbaar bestuur, het bedrijfsleven en de Belgische
politieke partijen. Het establishment verving het unitarisme door het
zogenaamde unionistisch federalisme in een reeks staatshervormingen die
begonnen vanaf 1970.
De overgang van de unitaire naar de federale staat België werd mogelijk
omdat de Belgische heersende klasse kon rekenen op de meeste leiders van
de Vlaamse beweging. De Belgische politieke elite regisseerde grotendeels
de staatshervormingen en de grenzen van de onderhandelingsruimte in functie
van het veilig stellen van hun politieke en economische belangen. Terwijl
alle bevoegdheden van de staatsmacht op Belgisch niveau bleven (justitie,
sociale zekerheid, volksgezondheid, belastingen,...) werden een groot
aantal secundaire en uitvoerende functies gedelegeerd naar een moedwillig
uitgesponnen verwarrend netwerk van elkaar beconcurrerende gewesten en
gemeenschappen. Hierdoor kunnen neo-unitaristen het zelfstandigheidsstreven
van Vlaanderen en Wallonië discrediteren door te wijzen naar het ingewikkelde,
inefficiënte bestuur.
Daarenboven werden talrijke blokkeringmechanismen ingevoerd in de politieke
besluitvorming. De verlammende verdeling van bevoegdheden tussen de centrale
(federale) macht en de ondergeschikte (regionale) echelons laten de oude
machtselite toe verder de politieke macht uit te oefenen zonder dat de
democratische druk van de burger nog op het beleid kan wegen zoals voorheen
het geval was.
De blokkeringmechanismen hebben de sterkte van de Vlaamse beweging omgezet
in een verzwakking. De pariteit in de centrale regering, de alarmbel en
nog andere technieken vergrendelen het democratisch spel, niet alleen
kwantitatief maar ook kwalitatief. Zij herbergen evenveel vetos van de
Franstaligen. Omgekeerd is het onvoorstelbaar dat men in de Lambermont
akkoorden de blokkeringminderheid van Vlamingen in Brussel heeft opgegeven,
wat anders toch een zwakke compensatie had kunnen zijn voor de blokkeringen
van de Franstaligen op federaal vlak.
De creatie van een Vlaams parlement (tot 2003 overigens nog officieel
Vlaamse Raad) en een Vlaamse regering laat de neo-unitaristen toe de Vlaamse
beweging te culpabiliseren en verdere natievorming te bestrijden door
te stellen dat nu alles bereikt is en dat het nu genoeg is geweest met
zogenaamde communautaire eisen. De Vlaamse regering heeft een pak secundaire
bevoegdheden gekregen, een begroting waarvan bijna de helft naar onderwijs
gaat, maar heeft geen enkele macht om in te grijpen in de sociaal-economische
ordening en is staatsrechterlijk gezien een deelstaat, ondergeschikt aan
het centrale Belgische gezag en aldus ook gepercipieerd in het buitenland.
De Vlaamse minister-president is eigenlijk een proconsul voor België en
behoort tot de staatsbehoudende partijen van België.
De politieke emancipatie van het Vlaamse volk wordt helemaal niet gedragen
door de 'bekomen' instellingen. De Vlaamse natievorming wordt niet gestimuleerd
maar wel gefnuikt door de creatie van de drie gemeenschappen en gewesten.
Het pijnlijkste in dit verband is dat het Vlaamse volk geen zeggingschap
heeft over het belangrijkste deel van zijn grondgebied, de hoofdstad Brussel.
De Vlaamse hoofdstad kreeg in de staatshervorming het statuut van gewest
'à part entière' met bevoegdheden los van en zelfs tegen de Vlaamse bevoegdheden
in.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in die context de politieke elite
een kreupele staatshervorming onder leiding van de Belgische (francofone)
heersende klasse mee mogelijk heeft gemaakt. Vele politici stonden te
trappelen om minister of minister van staat te worden, aanvaarden zelfgenoegzaam
adellijke titels, denkend of voorwendend dat met hun opname in het Belgisch
establishment het Vlaamse volk politieke invloed en macht verwierf. In
feite helpen zij de Belgische monarchie en het establishment overleven
en helpen zij mee de illusie opbouwen dat het Vlaamse volk 'gearriveerd'
is. Waar vroeger in het Frans 'Vive le roi, Vive la Belgique' werd geroepen
gebeurt dit nu gewoon in het Nederlands. Vlaanderen verdient veel beter
dan dit.
Het is duidelijk. De staatshervorming is uitgegroeid tot een molensteen
om de hals van de Vlaamse natie en dreigt haar te marginaliseren als de
sociaal-economische en institutionele crisis verder duurt en er geen initiatieven
worden genomen om Vlaanderens zelfstandigheid in het grote Europa te verwerven.
Of de huidige Vlaamse elite daartoe in staat zal zijn is twijfelachtig.
De huidige economische en politieke Vlaamse 'elite' staat veraf van wat
de grondleggers van de Vlaamse beweging en de arbeidersbeweging voor ogen
hadden. De Vlaamse elite heeft een hoog parvenu gehalte. Het is een typisch
kenmerk voor een natie die vrij recent uit een diep dal van veralgemeende
armoede en culturele onderdrukking is gekropen en haar culturele identiteit
en welvaart herwonnen heeft.
Velen van de 'elite' voelen zich 'gearriveerd' en projecteren hun eigen
welvaart op het Vlaamse volk. In alle toonaarden zingen ze hoe goed we
het hebben en hoe rijk we wel zijn en dus tevreden moeten zijn en alle
inleveringen moeten aanvaarden. Deze elite kijkt neer op het volk, benadert
het infantiel en heeft geen interesse voor grote groepen Vlamingen die
in relatieve verarming en culturele achterstelling zijn blijven hangen.
Sinds 1985 bijvoorbeeld, is de welvaart in Vlaanderen met 20 procent toegenomen,
maar dat geldt niet voor alle inwoners. Het is hetzelfde verschijnsel
als elders in de kapitalistische wereld: de rijken worden rijker en de
armen worden armer. Sinds '85 is het aantal arme Vlaamse gezinnen gestegen
met 15 procent, het aantal arme individuen met 23 procent. Ruim een kwart
van de Vlamingen zegt moeite te hebben om de eindjes aan mekaar te knopen
en veertig procent stelt vast dat aan het eind van de maand al het geld
op is en er bijgevolg niets te sparen valt. (Knack, 10 juli 2002)
Het Vlaamse volk moet in de ogen van de huidige elite technisch hooggeschoold
zijn en hard werken, maar voor de rest zo weinig mogelijk kritisch inzicht
hebben in maatschappelijke problemen, vooral over thema’s waar de belangen
van de elite in het geding zijn. Zodoende worden sociale problemen van
werkloosheid, armoede, geweld en criminaliteit, milieuvervuiling,…versmald
tot individuele problemen. Cultuur zit onder de warme deken van de commercie.
BV's belichamen de rolmodellen zoals het cultiveren van een individualistische
levensstijl, zich vermaken, consumeren en wat libertaire escapades en
liefdadigheidsacties als middel om zichzelf en de bevolking een goed geweten
te verschaffen...
II Een toekomstproject voor Vlaanderen: soevereiniteit
Inleiding
Over een progressief Vlaams nationalisme heerste tot nu toe een taboe
op het publieke forum in Vlaanderen. Voor het Belgische establishment
en een groot deel van de erbij aanleunende nieuwe Vlaamse elite reikt
blijkbaar het geheugen niet ver en wordt grote ijver aan de dag gelegd
om de geschiedenis van de Vlaamse beweging te reduceren tot de extreemrechtse
ontsporing voor en tijdens de 2de wereldoorlog. De feiten op zich kloppen
uiteraard wel, maar het is een amputatie, een verschrompeling van de rijke
democratische en progressieve geschiedenis van de Vlaamse beweging. In
het boek over de strategie en analyse van de linkse nationalist wijlen
Toon Roosens ("de rode tong van de leeuw", 2005) wordt uitvoerig
uit de doeken gedaan dat het sociaalflamingantisme aan de basis ligt van
het ontstaan van de Vlaamse arbeidersbeweging én de Vlaams-nationale
beweging in de 19de eeuw. In de twintigste eeuw werd het progressief flamingantisme
gedragen door grote persoonlijkheden uit de christen-democratische, socialistische
en communistische arbeidersbeweging en uit vrijzinnige en vlaams-nationale
middens.
Na de sociale crisis van de jaren dertig, de tweede wereldoorlog en
de extreemrechtse ontsporing van het Vlaams-nationalisme herstelde zich
de Vlaamse beweging en de arbeidersbeweging. Er werden lessen getrokken
uit de sociaal-economische crisis van het liberaal kapitalisme in de jaren
dertig en de daaropvolgende oorlog. De sociale zekerheid en de welvaartstaat
werd gerealiseerd door een sterke Vlaamse arbeidersbeweging. Het democratisch
flamingantisme kende na de oorlog een réveil rond bijvoorbeeld de vernederlandsing
van het bedrijfsleven en het bestuursapparaat, de overplaatsing van de
Franstalige afdelingen van de Leuvense Universiteit naar Wallonië, de
typisch Vlaams gekleurde vredesbeweging die een grote dynamiek op gang
bracht tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten in de jaren tachtig.
We mogen zeggen dat al die krachten de voorbije twee eeuwen een betekenisvolle
rol hebben gespeeld in het proces van de Vlaamse natievorming binnen het
Belgische staatskader.
De neoliberale mondialisering die sedert de jaren tachtig een versnelling
kreeg heeft de kaarten grondig dooreen geschud. De Belgische staat en
de heersende klasse hebben zoals gezegd zich onderworpen aan de neoliberale
dictaten van de mondiale structuren zoals IMF, Wereldbank, WTO en vooral
de EU in dienst van de belangen van het mondiaal industrieel en financieel
kapitaal. Illustratief is dat de Belgische nationale munt is vervangen
door de euro.
Ook intern heeft het Belgisch centralisme terrein moeten prijsgeven aan
de twee volkeren in dit land: Vlaanderen en Wallonië. Er zijn geen echte
nationale verkiezingen meer. Er zijn wel nog verkiezingen voor Kamer en
Senaat op dezelfde dag, maar voor andere partijen én in gesplitste kieskringen.
De massacommunicatie is volledig opgedeeld in een Vlaams net en een Franstalig
net. Er zijn Nederlandstalige persmedia en er zijn Franstalige tegenhangers.
Zij penetreren nauwelijks in elkanders taalgebied. De tijd dat La Libre
Belgique 70 000 exemplaren verkocht in Vlaanderen is voltooid verleden
tijd. Vlaanderen is een volk dat een natie is geworden maar dat politiek
zeer zwak is uitgerust en dat wordt cruciaal in de nieuwe Europese neoliberale
context.
Drie peilers voor de actie van een links soevereinistische beweging:
Vlaams nationaal bewustzijn
Nationale soevereiniteit
Volkssoevereiniteit
Vlaams Nationaal bewustzijn
Alle mensen die op het Vlaams grondgebied geboren en getogen zijn,
of die zich hier als migranten definitief vestigen, behoren tot de Vlaamse
natie. De Vlaamse gemeenschapsopbouw maakt van het volk een natie met
zijn eigen waarden en normen, tradities en structuren. In een vernieuwde
Vlaamse en sociale beweging zijn er heel wat punten op vlak van cultuur,
onderwijs (geschiedenisonderricht bvb), pers en media (meerwaarde programma’s
over de Vlaamse geschiedenis) waar het Vlaams nationaal bewustzijn verder
gestimuleerd moet worden om vanuit een identiteitsbesef zich in een open
geest te richten naar de wereld en de andere volkeren. Zonder exhaustief
te zijn pikken we twee hoofdzaken uit van onze vlaams-nationale bekommernissen:
de taal en de waarden en normen waarmee de gemeenschap leeft.
Taal.
Een van de hoofdkenmerken waaraan een volk zijn identiteit ontleent
is naast het grondgebied waar het leeft, ook de gemeenschappelijk gesproken
taal, die een essentiële peiler is van een gemeenschappelijke cultuur.
Beter dan wie ook weet Vlaanderen hoe zijn natie-bewustzijn in de 19de
eeuw samenhing met de strijd tegen de verfransingdruk. De strijd voor
de taalwetten is een lange strijd geweest van ontelbare flaminganten.
Het is één van de grootste successen. van de Vlaamse beweging vooral omdat
men vanuit een verloren gewaande positie vertrok in de 19de eeuw. Nog
steeds is de strijd niet gestreden, in de hoofdstad Brussel en de 'faciliteitenomgeving'
is het respect voor het Nederlands en voor de taalwetten nog steeds verre
van gerealiseerd, de waakzaamheid en strijdbaarheid zijn onverminderd
nodig.
Een vernieuwde en dus versterkte Vlaamse beweging zal bekwaam zijn de
taalkundige identiteit van Vlaanderen te versterken als de belangrijkste
peiler van een ontwikkeld natiebewustzijn.
De Vlamingen mogen geen complexen hebben over het Nederlands in tijden
van mondialisering. Onze taal wordt in Europa gesproken door 22 miljoen
mensen en is de zesde taal (na Duits, Frans, Engels, Italiaans en Spaans).
Het Nederlands is wereldwijd gezien een middelgrote taal (35ste plaats
op 6000 talen). Het Nederlands is een cultuurtaal met bovendien een hoge
sociaal-economische status. Deze taal wordt immers gesproken in een gebied
dat een economische grootmacht is, strategisch gelegen, met op haar grondgebied
twee van de grote wereldhavens (resp. Rotterdam en Antwerpen), met een
taalgebied waar het BNP vele keren groter is dan sommige grote landen
in de wereld. Daarenboven wordt onze taal niet gesproken in een versnipperd
maar wel in een aaneengesloten gebied en er worden ook varianten gesproken
in Suriname, Aruba en de Nederlandse Antillen en er is de zustertaal Afrikaans
in Zuid-Afrika. Met onze taal gaat het goed: nooit waren er zoveel buitenlandse
studenten die aan universiteiten en hogescholen cursussen Nederlands
volgen, met in totaal 250 cursussen binnen Europa en daarbuiten.
Toch zou het een strategische fout zijn op onze lauweren te gaan rusten.
De strijd tegen de verfransingdruk is nauwelijks voorbij of er dienen
zich nieuwe uitdagingen aan voor de komende jaren.
De sluipende verengelsing is de eerste. Wil Vlaanderen in de grote wereld
een rol van betekenis vervullen, vooral gezien onze positie als kerngebied,
is kennis van andere talen noodzakelijk, niet alleen van het Engels maar
ook van andere talen. De Vlamingen hebben hun strijd gewonnen tegen de
verfransing, maar zijn ook wereldwijd gekend om hun meertaligheid. Er
is dus geen enkele reden om tegen het gebruik van het Engels een kruistocht
te beginnen. Maar het Engels is meer dan een taal. In de huidige neoliberale
mondialisering kan deze taal ook een supplementair instrument worden van
klassenoverheersing. In Vlaanderen viel de verfransing samen met de klassenverhoudingen
in de 19de en 20ste eeuw. Daarom moet de verengelsing bestreden worden
op terreinen waar er geen zinnig argument bestaat dat pleit voor die verengelsing.
We denken aan nodeloos gebruik van Engelse termen in horecabedrijven en
andere kmo's, de kadervergaderingen in privé-bedrijven, de sportsector,
het openbaar domein, de cultuursector, de pers, de media, het onderwijs.
Het recht op de eigen taal in Vlaanderen is een absoluut recht. Alleen
in zeer specifieke gevallen kan het Engels gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld
op sommige wetenschappelijke congressen, in bepaalde postuniversitaire
opleidingen.
De tweede uitdaging is niet minder. Ingevolge neoliberale beleidsrecepten
zijn de migratiestromen naar Europa een gevolg van het rampzalig beleid
van het mondiaal kapitaal. Vaak zijn de migranten daar bovenop nog eens
slachtoffer van criminele netwerken die uitstekend gedijen in een neoliberale
context. In plaats van de racistische hetze te voeren moeten wij de migranten,
die toegelaten worden en hier een nieuw leven wensen, de kans geven zich
te integreren in de Vlaamse gemeenschap. Daarom is een (eerste) essentiële
stap dat zij Nederlands leren, ook de rijkere immigranten, en dat zij
kennis maken met de geschiedenis, structuren en cultuur van de Vlaamse
natie. Het beleid daarvoor moet de nodige middelen verstrekken en deze
migranten aanmoedigen. Uiteraard zullen de migranten de geboden kansen
ook moeten aangrijpen en in dit opzicht is optimisme gewettigd gezien
een toenemend aantal jonge migranten uitstekend Nederlands spreekt en
in het Nederlands hogere studies volgen. Ook is het tekenend dat recent
de Marokkaanse moskeeën vragen dat de imams een Vlaamse opleiding zouden
volgen in lessen Nederlands en burgerschapscursussen. Voor sociaalflaminganten
geldt de inter-culturaliteit eerder dan de multiculturaliteit, met de
solidariteit tussen de volkeren als uitgangspunt.
Waarden en normen.
Sociaalflaminganten zullen ook samen met andere Vlamingen alles doen
om het Vlaams nationaal bewustzijn verder op te bouwen op een sokkel van
waarden en normen die de gemeenschapsvorming en verdere emancipatie van
het Vlaamse volk helpen bevorderen. Dat houdt in dat zoveel mogelijk Vlamingen
in een sociaal-cultureel klimaat leven waarin ze aan hun trekken komen
en niet gediscrimineerd worden op basis van geslacht, bezit, seksuele
voorkeur, afkomst, religie, huidskleur, opleiding of hun nut in het economisch
proces. Zij dienen door het beleid gesteund te worden met voldoende middelen.
Vlaamse soevereinisten willen waarden normen verspreiden en steunen waarin
de levende krachten van de Vlaamse natie samen deze natie opbouwen. Voor
Vlaamse soevereinisten is prioritair dat door de geschiedenis uiteen gegroeide
arbeidersbeweging en Vlaamse beweging elkaar terug weten te vinden. Wij
zijn er van overtuigd dat we hierin veel medestanders zullen weten te
vinden, maar dat we ook op “lange tenen” zullen moeten trappen.
Er is in de arbeidersbeweging en de recente sociale beweging (milieu,
vrede, derde wereld, ...) nog steeds een actief Belgicisme dat een achterhoedegevecht
levert en het Vlaams nationaal bewustzijn nog steeds niet aanvaardt. Daar
heb je nog steeds een dominante stroming die de legitimiteit van een Vlaamse
natie niet erkent, ze als een mythe bestrijdt, bewust associeert met uiterst
rechts of in naam van een mis begrepen internationalisme bagatelliseert.
In de nog steeds overwegend Belgisch-nationalistische stroming van de
top van de arbeidersbeweging en vooral de traditioneel linkse partijen
overheerst nog steeds de visie die Vlaanderen en Wallonië beschouwt als
twee Belgische subnationaliteiten.
Daarnaast heb je in de arbeiders - en progressieve beweging het zogenaamde
"internationalisme" of "kosmopolitisme" dat stelt
dat we geen vaderland hebben en allemaal wereldburgers zijn maar wel het
Belgisch internationalisme aanvaarden als kader voor hun denken en handelen.
het past perfect in het neoliberaal discours van het mondiaal kapitaal.
Wij zijn van oordeel dat de verdere ontwikkeling van een Vlaams nationaal
bewustzijn momenteel ernstig afgeremd wordt door de opgelegde neoliberale
leefpatronen. het neoliberaal discours vergiftigt het sociaal-cultureel
klimaat, zowel in de arbeidersbeweging als in de traditionele Vlaamse
beweging. We staan ver af van het liberalisme dat in de 19de eeuw een
emancipatiebeweging was tegen het obscurantisme van kerk, feodale kaste
en adel. In het huidige neoliberaal discours wordt moderniteit geassocieerd
met het geatomiseerde "vrije" individu los van zen zelfs tegen
zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de neoliberale cultuur
streeft het individu alleen zijn belang na en is dus permanent in concurrentie
met andere individuen. Dit heeft verregaande gevolgen voor het klimaat
in de samenleving. We denken o.a. aan de groei van confrontaties en geweld
tussen individuen in plaats van het vreedzaam beslechten van geschillen,
we denken aan het verval van het sociaal leven waarin het nastreven van
doelstellingen die het individu overstijgen essentieel is. Essentieel
maatschappelijke problemen en de mechanismen die er aan ten grondslag
liggen worden weggedrukt ten voordele van een individualistische, moralistische
benadering.
De neoliberale filosofie en praktijk is niet gericht op gemeenschapsvorming
maar op dualisering van de samenleving, ook in Vlaanderen. De samenleving
wordt gespleten tussen degenen die passen in het systeem en succesvol
zijn en anderzijds individuen die (en dat worden er steeds meer) omwille
van vele begrijpelijke redenen niet bruikbaar zijn voor de "groeistrategie"
van het mondiaal kapitalistisch model en uitgesloten worden.
De echte bedreiging voor de democratie komt dus ook van dit neoliberaal
leefpatroon dat in brede sectoren van de samenleving over vele propagandisten
beschikt.
Als Vlaamse soevereinisten menen wij dat in het streven naar een versterkt
nationaal bewustzijn wij kunnen samen werken met de vele dynamische krachten
van de Vlaamse natie. Hierin kan met behoud van ieders identiteit samengewerkt
worden met traditioneel radicaal-flamingantische, de cultureel-etnische
en moreel nostalgische Vlaamse beweging, alsook kaders en militanten in
de brede arbeidersbeweging en sociale beweging. Samen kunnen we er voor
zorgen dat wij hen niet in de armen duwen van racistische demagogen en
fascistische fraseologen, die in elke nationale beweging aanwezig zijn.
Als linkse Vlaamsnationalisten zijn we er ons van bewust dat naar de brede
Vlaamse bevolkingslagen het nationaal bewustzijn moet worden aangescherpt,
niet door te vertrekken van een negatief zelfbeeld dat niet anders kan
dan zich afzetten tegenover de andere volkeren, maar vanuit de vaststelling
dat de Vlaamse natie een positief gegeven is dat mede een enorme hefboom
kan zijn naar emancipatie.
Dat is een moeilijke opgave gezien het nationaal bewustzijn dat zich in
de jaren zestig zo sterk manifesteerde onder de Vlamingen sedertdien
is achteruit geworpen door federalisme en neo-unitarisme samen met het
"media geweld" dat enkel appelleert aan het neoliberale consumentisme
en de individualistische levensstijl.
Nationale soevereiniteit
Het neoliberalisme hamert dag en nacht op de idee dat de staat geen
rol meer te spelen heeft. Deze opvatting vindt ook ingang bij een deel
van de linkerzijde en de progressieve sociale beweging. De mondialisering
wordt beschouwd als een positief gegeven dat kansen schept op een internationaal
links en progressief beleid. Zo moet het IMF of de Wereldbank niet afgeschaft
worden maar "socialer" gemaakt worden, idem voor de Europese
Unie.
Vlaamse soevereinisten erkennen dat de economische rol van de staat sterk
gewijzigd is in het mondiaal kapitalisme. Maar het gaat hier niet om een
automatisme ingegeven door de noodwendigheid van het systeem, maar om
een politieke beslissing van de heersende klassen om de belangen van het
mondiaal industrieel kapitaal te vrijwaren. Wat betreft de politieke rol
van de staat is er met de mondialisering niets ten gronde gewijzigd: hij
is een strijdtoneel voor zowel de heersende als de onderdrukte klassen,
zij het dat momenteel de heersende klasse een zwaar overgewicht heeft
en heel wat bevoegdheden heeft overgeleverd aan supranationale niveaus.
Voor linkse nationalisten blijft de enige basis van de politieke macht,
zoals vroeger, de nationale staat (zie verder). Supranationale
instellingen hebben geen enkele machtsbasis. Het zijn slechts overleg-
, coördinatie- en studieorganen van de verschillende nationale heersende
klassen die dankzij hun controle over het eigen staatsapparaat het beleid
van die instellingen bepalen en uitvoeren. En het blijven uitsluitend
de nationaal heersende klassen die in onderling overleg (maar onder onweerlegbare
hegemonie van de sterkste natiestaat, de VSA) de politieke en militaire
middelen bezitten waarmee de belangen van het mondiaal kapitaal wereldwijd
worden verdedigd.
Als Vlaamse soevereinisten zijn we van mening dat het Vlaamse volk alle
kenmerken heeft van een natie en meer dan ooit nood heeft aan een eigen
staat, een republiek, als uitdrukking van de nationale soevereiniteit
in de Europese context. Zoals Vlaanderen nu opgenomen is in Europa, via
België, betekent dat alles voortdurend gedeeld wordt door twee (en dan
moeten we nog hopen dat Vlaanderen, vroeger vertegenwoordigd door de Ph.
Busquins en de L. Michels in de Europese Commissie) behoorlijk begrepen
en vertegenwoordigd wordt in Europa.
In België botst Vlaanderen herhaaldelijk op een Franstalig veto, ook
met betrekking tot Europa. "Regio", het huidig statuut van Vlaanderen
in Europa, betekent blijven hangen op het niveau van de Eastlands of Midlands
in Engeland, van het Centre of Poitou-Charentes in Frankrijk, Puglia in
Italië, Steiermarken in Oostenrijk, enzovoort.
Landen die qua bevolking en economisch gewicht minder betekenen dan Vlaanderen
hebben hun nationale soevereiniteit verworven en hebben een eigen machtsplatform
in de EU. Denk aan de Esten, Letten, Slovenen, Tsjechen, ... Reeds lang
bestaande staten die qua inwoners en economie met Vlaanderen vergelijkbaar
zijn hebben hun eigen stem in de unie zoals bijvoorbeeld Denemarken, Zweden,
oostenrijk, Malta, Hongarije. Waarom Vlaanderen niet?
Als Vlaanderen een staat geworden is mag gestructureerde samenwerking
op Europees vlak de nationale soevereiniteit niet aantasten en moet bijgevolg
beperkt blijven tot een statenbond waarin de Europese staten samenwerken
in functie van hun belangen. De actuele Europese integratie die zich nu
ook een federatieve grondwet wil aanmeten zal de volkeren herleiden tot
ethnieën, tot regio’s met beperkte culturele autonomie en nog minder economische
zeggingsschap.
Een soevereine staat betekent voor Vlaamse soevereinisten dat die staat
zich internationalistisch zal opstellen, dat wil zeggen dat de problemen
tussen volkeren door internationale samenwerking en vreedzaam overleg
zullen worden opgelost. We denken in de eerste plaats aan onze buren zoals
Wallonië, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Groot-Brittannië,
... Een Europese confederale statenbond betekent de afschaffing van de
Europese Commissie en de vervanging van het Europees parlement door een
interstatelijke raad. Er zal enkel een internationaal verdrag komen en
geen federatieve grondwet of raamverdrag. Vlaamse soevereinisten willen
een Europese Statenbond zonder het waterhoofd van een anonieme door machtige
lobbies gestuurde bureaucratie zoals dit met de EU momenteel het geval
is. De soevereiniteit zal berusten bij de confederatie van staten als
ultieme subjecten van het internationaal recht. De besluitvorming zal
slechts gebeuren bij eenparigheid of gekwalificeerde meerderheid. De beslissingen
worden toegepast op het niveau van de nationale staten.
Vlaamse soevereinisten willen bijgevolg ook de afschaffing van de euro
en de Europese centrale bank en het herstel van de nationale kapitaalmarkten.
De Vlaamse staat zal van geen enkele bovenstatelijke neoliberale technocratie
zoals het IMF, NAVO, OESO of WTO directieven aanvaarden. Wij verwerpen
alle niet-aansprakelijke, democratisch oncontroleerbare mondiale structuren.
Het Vlaamse volk moet zijn eigen sociaal-economische ontwikkeling uitstippelen
in samenwerking met de andere volkeren.
Als Vlaams soevereinisten zijn we van mening dat een Vlaamse staat een
voortrekkersrol kan spelen in het veroveren van haar soevereiniteit door
zich los te koppelen van de dwangbuis van het mondiaal kapitalisme. Een
Vlaamse staat of republiek mag niet uitdraaien op een klein België. Een
Vlaamse staat heeft geen enkele zin als het resultaat de voortzetting
is van de huidige neoliberale politiek van België op sociaal-economisch
en internationaal vlak. Niet enkel heeft zo'n 'zelfstandig' Vlaanderen
geen enkele zin, het heeft ook heel weinig kans er te komen. Het mondiaal
grootkapitaal is de grootste vijand van de nationale soevereiniteit van
de volkeren en de democratie omdat het de soevereiniteit van de privé
aandeelhouders van de transnationale privé-bedrijven vooropstelt en de
staat daaraan wordt onderworpen.
Dat wil niet zeggen dat wij autarkie bepleiten, maar wel dat de economische
relaties met bedrijven en landen ondergeschikt zijn aan de behoeften en
de logica van de sociaal-economische ontwikkeling in Vlaanderen.
Uiteraard staan we met onze opvattingen aan het andere uiteinde van
het politieke spectrum tegenover diegenen die zich ook "vlaams nationalisten"
noemen en een "onafhankelijk Vlaanderen" willen maar die de
Vlaamse economie nog sneller willen onderwerpen aan de soevereiniteit
van het mondiaal kapitaal. De gevolgen zouden catastrofaal zijn voor de
werkende Vlaamse bevolking, nog meer dan dit momenteel binnen de deregulerende
Belgische staat het geval is. Sommigen die zich rechtse 'vlaams nationalisten'
noemen zeggen openlijk hun inspiratie te vinden bij de rechts-conservatieve
denkbeelden van de Amerikaanse president Bush en cs. wat haaks staat op
elke soevereiniteitsgedachte en op de democratische rechten.
Het alternatief voor de neoliberale mondialisatie is dus de volkssoevereiniteit,
het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren, de natiestaat en de internationale
solidariteit tussen de volkeren in functie van humanisme en beschaving.
Als Vlaams-nationalisten menen we dat de politieke erkenning van de nationale
soevereiniteit van Vlaanderen doortastend en krachtig moet aangepakt worden
en meteen, want de tijd dringt!
Volkssoevereiniteit: herstel van de democratie.
Voor linkse Vlaams nationalisten zijn soevereiniteit, democratie en
sociale rechtvaardigheid nauw met elkaar verbonden. Er is geen democratie
mogelijk zonder soevereiniteit en geen sociale rechtvaardigheid zonder
democratie. Anders gezegd: een Vlaamse staat moet de volle bevoegdheden
hebben om een sociaal rechtvaardig beleid te kunnen voeren. Binnen de
staat is de democratie de hefboom om een sociaal rechtvaardig beleid af
te dwingen.
Het soevereinisme van de linkse nationalisten gaat er van uit dat elk
staatsgezag de uitdrukking is van de wil van het volk. Een Vlaamse
soevereine staat moet dus ook een correcte toepassing zijn van de volkssoevereiniteit.
Het is de enige manier om de door het neoliberaal mondiaal kapitaal (en
met de hulp van de Belgische staat) uitgeschakelde democratie te herstellen.
De interne democratische rechtsorde is de bron van alle institutionele
legitimiteit.
In de Vlaamse staat zal de volkssoevereiniteit zich uitdrukken doorheen
vormen van directe democratie in het middenveld, maar op beslissende wijze
door de vrij verkozen vertegenwoordigers van het Vlaamse volk middels
het algemeen stemrecht.
In de Vlaamse staat zal het gehele volk, via zijn vertegenwoordigers
bij meerderheid beslissen welk beleid er in onze opinie het best geschikt
is om de welvaart en het welzijn van iedereen te verzekeren. Deze besluitvorming
is democratisch omdat ze voorafgegaan wordt door een open debat, vreedzame
politieke strijd tussen de verschillende politieke stromingen in Vlaanderen
waarin rechtstreeks of onrechtstreeks de machtsverhoudingen tussen de
verschillende klassen de inzet zijn.
Alle uitvoerende macht komt toe aan één regering verantwoordelijk aan
het parlement voor heel het Vlaams grondgebied, Brussel inclusief, zodat
de democratische controle en de wil van de bevolking opnieuw zijn volle
effect kan hebben vooral op de sociale en economische ontwikkeling van
de natie.
Democratische controle over het kapitaal is onontbeerlijk. Socialisme
werd anderhalve eeuw lang verbonden met nationalisatie: de onteigening
van productiemiddelen. Dat was het middel om een einde te maken aan de
uitbuiting en vervreemding van de arbeidersklasse. Sinds de val van de
Berlijnse muur heeft het grootste deel van links deze opvatting laten
vallen.
Voor Vlaamse soevereinisten is het evident dat met de huidige economische
structuur de onteigening van de productiemiddelen niet veel zin meer heeft.
De industrie vertegenwoordigt hoogstens nog 20 procent van de totale economie,
en binnen die sector vormen de grote bedrijven (meestal filialen van mondiale
groepen) een minderheid. Circa 40 procent van de productie situeert zich
in de non-profit diensten die ofwel gemeenschapsbezit zijn ofwel organisatorisch
en financieel volledig door de gemeenschap worden gecontroleerd (onderwijs,
gezondheidszorg, cultuur, media, …). In de marktsector van de diensten
ligt de productie verspreid over zowat 150 000 kleine bedrijven. In die
situatie kan nationalisatie slechts leiden tot een onoverzichtelijke chaos
en een bureaucratische nachtmerrie, zonder veel te veranderen aan de vervreemding
van de werknemers.
Voor Vlaams nationalisten neemt de uitbuiting vandaag hoofdzakelijk de
vorm aan van een transfer van meerwaarde naar de mondiale groepen bij
middel van monopolieprijzen van de gemondialiseerde technologische nijverheid
(bijvoorbeeld de tekorten in de gezondheidszorg zijn voor een groot stuk
te wijten aan het prijzenbeleid van de farmaceutische industrie). Tegelijk
worden ingevolge de deregulatie van de kapitaalmarkten alle kapitalen
(geaccumuleerd in pensioen - en beleggingsfondsen) afgeleid naar de grote
beurzen waar zij worden aangewend ofwel voor zuiver speculatieve (en dus
onproductieve operaties) ofwel voor de externe financiering van de mondiale
industriële en financiële groepen. Het resultaat is een chronisch gebrek
aan geld voor de opbouw van de dienstensector. Voorbeelden: gebrek aan
personeel in de zorgsector (witte woede), gebrek aan ambtenaren om de
toepassing van de fiscale, milieu – en arbeidswetgeving te controleren
(er zijn in Vlaanderen amper 84 milieu-inspecteurs voor tienduizenden
bedrijven, en hoewel de milieu inspectie in 2002 tot het besluit kwam
dat er dringend 180 extra inspecteurs nodig zijn om de gevaarlijkste bedrijven
te controleren blijft de Vlaamse regering haar bezuinigingen voortzetten).
Het gebrek aan middelen voor de uitbouw van de diensten zet de welvaart
en het welzijn van de bevolking op losse schroeven.
Voor de Vlaams soevereinisten is dat het mechanisme van de uitbuiting.
De deregulatie van de kapitaalmarkten samen met de afbraak van de economische
regelingsbevoegdheid van de staat heeft dan weer tot gevolg dat de inspraak
van de arbeidersklasse zijn diens organisaties in de oriëntatie van het
productieproces verdwenen is: de moderne vorm van vervreemding.
Linkse Vlaams-nationalisten zijn soevereinisten en willen dat vervreemding
en uitbuiting van de werkende bevolking wordt opgeheven door het herstel
van de democratische controle van de staat op de kapitaal- en investeringsbewegingen.
Velen in de progressieve en linkse beweging zeggen dat dit enkel kan op
supranationaal niveau. Dit zou veronderstellen dat zoniet in alle, dan
toch in de meeste staten die deel uitmaken van het IMF of de wereldbank
eerst een revolutie zou plaats hebben die de nationaal heersende klassen
van de macht zou verdrijven opdat er binnen deze supranationale organisaties
een consensus tot stand zou kunnen komen voor de invoering van een controle
op de kapitaaltransfers.
Wij zijn van mening dat, in die landen waar de nieuwe arbeidersklasse
het eerst voldoende niveau van politiek bewustzijn heeft om de macht te
veroveren, er meteen een controle op het kapitaal wordt ingesteld. Private
ondernemingen zullen vrijelijk kunnen produceren en diensten verlenen,
maar in een contractueel kader met de overheid waarin sociale - en milieunormen
opgenomen zijn en inspraak van vakbonden en consumenten in het economisch
proces gewaarborgd is (in dit contractueel kader kunnen ook de CAO’s ondergebracht
worden zodat het corporatistisch kader tussen vakbonden en patronaat doorbroken
wordt).
Vlaamse soevereinisten zien de markt vrij, maar vanuit een correct begrip
van de volkssoevereiniteit kan dit geen absolute vrijheid zijn. Iedereen
kent de voorbeelden van ongebreidelde privatiseringen van voorzieningen
die leiden naar onbetaalbaarheid voor de bevolking, naar sociale dumping
in betrokken sectoren, naar onderinvesteringen, onveiligheid en exorbitante
vergoedingen voor topmanagers. In een Vlaamse democratische staat moeten
essentiële diensten onder overheidscontrole blijven (eventueel in privé
partnerschap), betaalbaar en ten dienste van het volk, zoals bijvoorbeeld
watervoorziening, elektriciteit en gas, openbaar vervoer, gezondheidszorgen,onderwijs,
het geweldsmonopolie, …
En dit alles zonder te wachten op een hypothetische wereldrevolutie.
Zoals altijd in de geschiedenis van de klassenstrijd zal de breuk met
het wereldsysteem zich voltrekken in de ene staat na de andere.
Logischerwijze zullen de kleinere landen het voortouw nemen. Zij zijn
immers de eerste slachtoffers van de mondialisering. De progressieve econoom
Samir Amin noemt dat terecht de de-linking: de loskoppeling van elk land
afzonderlijk van het kapitalistisch wereldsysteem.
De opheffing van uitbuiting en vervreemding is vandaag, meer dan ooit,
een collectief proces gedragen door de levende krachten van de natie die
zich identificeren met het herstel en de verdieping van de Vlaamse democratische
instellingen. Volgens Vlaamse soevereinisten kan zich hierin de gehele
natie herkennen!
III BRUSSEL EN WALLONIË
Een Vlaamse soevereine staat geeft uitdrukking aan het natuurlijk recht
van een natie om zijn eigen soevreiniteit te organiseren en is niet ingegeven
door een negatieve houding tegenover andere volkeren. Dat betekent dat
wij de best mogelijke relaties willen met andere volkeren, in de eerste
plaats met het Waalse volk. Wallonië is een van onze belangrijkste economische
partners. Met een soevereine Vlaamse staat moeten de relaties met het
Waalse volk even intens blijven en moet kunnen samengewerkt worden om
via akkoorden allerhande gemeenschappelijke problemen en uitdagingen aan
te pakken. In het verleden hadden linkse Vlaams-nationalisten goede relaties
met Waalse leiders. Er waren Waalse syndicale delegaties aanwezig in de
betogingen van de Vlaamse beweging in de jaren zestig. Wij willen daar
een vervolg aan geven.
Vergeten we niet dat Wallonië economisch ten gronde werd gericht door
de schuldige nalatigheid van het Belgisch establishment omdat de Belgische
holdings op geen enkel moment hebben geprobeerd hun nochtans reusachtige
kapitalen te oriënteren naar nieuwe economische activiteiten, maar enkel
interesse hadden voor de redding van hun eigen vermogen.
Wij beseffen dat Wallonië economisch er minder goed voorstaat dan Vlaanderen.
Het is één van de redenen waarom sommige Waalse leiders nu de belgicistische
kaart trekken. Indien Vlaanderen zonder paternalisme en voorwaarden een
éénmalige hulp (los van het Belgische niveau) zou versterken in de vorm
van een soort Vlaams-Waals ‘marshallplan’, zullen we niet alleen Wallonië
helpen maar ook onszelf omdat wij dan een buur hebben gewonnen die op
weg is zijn vroegere economische welvaart duurzaam terug te winnen.
Een soevereine Vlaamse staat heeft Brussel als hoofdstad. Brussel is
van oudsher een Vlaamse stad die momenteel integraal deel uitmaakt van
de Vlaamse economische en sociale ruimte en er qua werkgelegenheid en
politiek belang zelfs de belangrijkste stad van is. De Vlaamse staat zal
echter ook rekening moeten houden met de culturele realiteit die er in
de loop van de jaren ontwikkeld is. Meer bepaald zullen de Franstalige
Brusselaars waarborgen moeten gegeven worden om hun taal te erkennen en
hen door het Vlaamse beleid gesteunde culturele autonomie te gunnen.
Tot slot
Wat voorafging geeft een aantal krachtlijnen aan die de basis vormen
voor de actie voor de realisatie van een Vlaams soevereinistisch programma.
Het behoeft uiteraard nog meer uitwerking en concretisering. We zijn er
van overtuigd dat voorliggende krachtlijnen voor vele bewuste en actieve
Vlamingen een uitstekend kader vormen om de komende jaren de actie in
de Vlaamse beweging en de arbeidersbeweging te stimuleren.
Het Vlaams volk heeft de voorbije twee eeuwen een indrukwekkende prestatie
geleverd om vanuit de donkerste tijden van cultureel verval en armoede
terug uit het dal te klimmen. De grootste fout zou echter zijn zelfgenoegzaam
neer te zitten bij de gerealiseerde verworvenheden. Want voor volkeren
staat geen enkele verworvenheid voor altijd in de stenen gebeiteld. Wie
goed toekijkt ziet dat door de zelfgenoegzaamheid van een bepaalde machtselite
in Vlaanderen sedert twintig jaar een proces van achteruitgang is ingezet
op het vlak van welvaart en democratie voor het volk. De werkloosheid
is hoog, het neo-belgicisme knaagt aan de Vlaamse natievorming, de sociale
huisvesting loopt achterop, evenals de democratisering van het onderwijs
… De kloof tussen arm en rijk vergroot, de greep van het buitenland op
onze economie versterkt, de cultuur vervlakt, de natuur in Vlaanderen
gaat achteruit enzovoort.
De leidende Vlaamse elite doet aan struisvogelpolitiek, biedt geen weerstand
of helpt zelfs actief mee aan dit proces van sociaal-economische en culturele
afbraak.
Een essentieel onderdeel van het Vlaams soevereinisme is dat de Vlaamse
beweging en de arbeiders- en sociale beweging elkaar weer beter leren
kennen en samenwerken omdat ze een gemeenschappelijk belang hebben tegenover
het neoliberale mondialisme en het neobelgicisme.
Vlaanderen is een natie en heeft recht op zijn soevereiniteit en dus
op een eigen staat die het beter in staat moet stellen zich te verdedigen
tegenover de sociaal-economische en culturele bedreigingen en uitdagingen.
Een Vlaams activist zei reeds begin vorige eeuw: “een nationale cultuur
kan zich niet handhaven zonder politieke zelfstandigheid. Er is immers
een noodzakelijk verband tussen de groep van belanghebbenden en de organen
die in hun belangen moeten voorzien”. Dat geldt vandaag meer dan ooit
in het grote Europa.
De realisatie van een Vlaams soevereinistisch project zoals boven geschetst
is naar onze mening de enige waarborg voor sociale vooruitgang en de culturele
en democratische emancipatie van de Vlaamse natie in de komende jaren.
Miel Dullaert - Januari 2005
|