| |
|
> Nabeschouwingen bij een Frans ‘non’
en een Nederlands ‘nee’ tegen de Europese Grondwet
Eind
mei en begin juni stonden in het teken van de referenda rond de Europese
Grondwet. Hoewel het niet te merken was in de berichtgeving van de traditionele
media, ging het wel om een historisch belangrijke gebeurtenis: voor de
eerste keer in de geschiedenis van de Europese Unie heeft de bevolking
haar invloed op zulk een manier kunnen doen gelden. Het establishment
heeft klappen gekregen zoals het dat in zijn oneindige arrogantie nooit
had verwacht. De regeringen en de eurocraten hebben nochtans hun volle
gewicht in de strijd gegooid. De media werd volop als propaganda instrument
gebruikt en alles werd in het werk gesteld om de bevolking dit document,
dat de politiek voor de komende decennia zou gaan vastleggen, te doen
slikken. Dat het uiteindelijk een ‘nee’ is geworden in zowel
Frankrijk als Nederland, was echter niet zo vreemd.
Het eerste wat opviel bij de campagnes rond de Europese Grondwet, was
dat zowat alle gevestigde partijen (we kunnen ze gerust de partijen van
het establishment noemen) uitgesproken vóór waren. Alleen
‘extreem rechts’ en ‘extreem links’ konden tegen
zijn, zo werd verteld. Dissidenten uit de centrumpartijen zetten zichzelf
buitenspel (zoals Laurent Fabius in de Franse PS) en werden gedeclasseerd
tot extremistische verraders. Als we de appreciaties van de tenoren van
het ja-kamp mogen geloven, dan is met deze uitslag meer dan de helft van
de bevolking in Frankrijk en Nederland extreem links of rechts.
Wat ook opviel was dat niet alleen de grondwet onderwerp van debat was,
maar ook het referendum zelf. We herinneren ons de (soms nogal arrogante
en paternalistische) uitlatingen van gevestigde politieke namen zoals
een Jean-Luc Dehaene. Volgens de tegenstanders van het referendum is de
grondwet te ingewikkeld om aan het oordeel van het volk over te laten.
Mogen we er aan herinneren dat toen de grondwet werd goedgekeurd in het
federale parlement niet eens de helft van de ‘volksvertegenwoordigers’
die het wel zouden moeten weten, wist wat er precies in de grondwet staat.
Volgens de tegenstanders van het referendum was het volk niet alleen te
dom om over de grondwet te beslissen, maar was het ook niet geïnteresseerd.
Ze hebben ongelijk gekregen door de massale opkomst in Frankrijk en Nederland.
En wat België betreft: de bevolking kan geen interesse hebben in
zaken waarvan ze niet eens het bestaan afweet. Het was pas vanaf de campagnes
in Nederland en Frankrijk dat het onderwerp ook hier in België enige
media-aandacht kreeg. Ook een gehoord argument tegen een referendum is
dat het volk de volksvertegenwoordigers heeft verkozen en bijgevolg wel
inspraak heeft in het ratificatieproces, via die verkozen vertegenwoordigers.
Helaas gaat dat argument niet op. De grondwet is bij de parlementsverkiezingen
in België namelijk nooit ter sprake gekomen, dus kon de bevolking
ook niet weten wat de houding van de politieke partijen rond dit thema
was.
Dan de campagnes zelf. Volgens gevestigde politici, die uiteraard allen
in het ja-kamp zaten, speelde het nee-kamp in op een ‘onderbuik
gevoel’ en op de angsten van de bevolking. De pot verwijt de ketel
dat die zwart ziet. Het ja-kamp zondigde ook aan populistische propaganda.
Het ging zelden om wat er in de grondwet stond, maar men mikte steeds
op de vage idealen om het volk enthousiast te maken: het verenigde Europa
zou vrede en voorspoed brengen, er zouden nooit nog oorlogen zijn, en
diens meer. Over wat er precies in de grondwet stond werd in eerste instantie
uiteraard gezwegen, want het zou wel vreemd klinken als bleek dat het
toekomstige land van de vrede aan de lidstaten zou vragen de defensiebudgetten
systematisch op te krikken. Een tweede categorie argumenten van het ja-kamp
was fatalistisch van inslag. De mondialisering werd er bij gehaald, er
werd voortdurend op gehamerd dat de toekomst ‘in een Verenigd Europa’
ligt, dat de grondwet niet alleen noodzakelijk maar ook onvermijdelijk
was om de concurrentie met andere grootmachten aan te gaan. De nationale
staat is voorbijgestreefd, de toekomst ligt bij de supranationale instellingen.
Wie weigert zich Europeaan te voelen (in de betekenis zoals de neoliberale
ideologen dat zien) is niet alleen een bekrompen provincialist maar ook
kwaadmoedig want hij staat de toekomst en de vooruitgang in de weg. En
dan komen we bij de derde categorie argumenten: de regelrechte doemscenario’s.
Als de grondwet er niet zou komen, betekent dat de ondergang van de maatschappij.
Het ging zelfs zo ver dat in een (VVD-)propagandafilmpje in Nederland
de holocaust, de aanslagen in Madrid en Srebrenica er werden bij gesleurd,
met een niet mis te verstane boodschap: als je niet voor de grondwet stemt,
breekt zowaar de Derde Wereldoorlog uit. Het filmpje werd weer ingetrokken
toen er protest kwam, en aan de uitslag van het referendum te zien waren
de meeste kiezers blijkbaar niet zo naïef deze propaganda te geloven.
Toch blijven de doemvoorspellingen nog steeds niet uit, Frankrijk en Nederland
zullen de ‘economische gevolgen’ van hun dissidente stem ondergaan.
Aangezien Europa het economische beleid grotendeels in handen heeft, wordt
dat een self-fulfilling prophecy. Wat er achter zit is dat Frankrijk en
Nederland zullen boeten omdat ze de Europese bureaucratie hebben durven
dwarsbomen.
Opvallend, maar niet onverwacht, was de houding van de Belgische media.
In Frankrijk en Nederland was onder druk van een sterke nee-beweging een
heus debat op gang gekomen, waar het nee-kamp wel moest aan bod komen
in de media. België daarentegen, dat geen referendum organiseert,
probeert niet alleen angstvallig elk debat te vermijden maar voert ook
een propagandaoorlog om de bevolking te doen geloven dat ze voor de grondwet
is. “Zeven Belgen op tien is voor de grondwet” heette het.
Nul Belgen op tien mag er iets over zeggen, is de waarheid. Met het opflakkeren
van het debat in Nederland en Frankrijk begon ook in België het onderwerp
aandacht te krijgen (vooral dan omdat de tegenstanders zich niet lieten
misleiden door de propaganda). Toen werd ook pijnlijk duidelijk waar onze
media stonden. Op de nationale omroep VRT, alom gekend om de objectieve
berichtgeving, kwam bijna uitsluitend het ja-kamp aan het woord bij monde
van vooraanstaande politici die zich uiteraard unaniem achter de grondwet
schaarden. Op de dag voor het referendum in Frankrijk kwam op het VRT
journaal vier keer iemand van het ja-kamp aan bod, het nee-kamp werd enkel
vernoemd in verband met Le Pen. Als het nee-kamp al aan bod kwam in onze
media was dat vooral met een duidelijke verwijzing naar ‘extreem
rechts’ in Frankrijk (Le Pen) en in België (Het Vlaams Belang
was de enige partij in het parlement die zich tegen de grondwet heeft
uitgesproken). Ook na afloop van de referenda bleef de berichtgeving vrij
karig en vooral gekleurd. Politici mochten hun ongenoegen komen uiten
over het domme en kortzichtige volk dat de grondwet niet had gelezen of
niet had begrepen. En meermaals kregen we te horen ‘de Belgen zouden
wel hebben voor gestemd’.
Het ongetwijfeld meest gehoorde argument van het ja-kamp was dat het
nee kamp zaken bij het referendum betrok die er zogenaamd niks mee te
maken hadden. De nee-stem was geen stem tegen Europa maar een nee-stem
tegen de eigen regering, tegen Bolkestein, tegen de toetreding van Turkije
tot de E.U. enzovoort. Ongetwijfeld hebben die zaken meegespeeld. Dat
deze zaken bij de campagnes werden betrokken stemt op zich al tot nadenken:
waarom zou het volk willen afrekenen met de eigen nationale regering?
Waarom zou men dit referendum gebruiken om tegen de toetreding van Turkije
te ageren, of tegen de Bolkestein-richtlijn? Dààr zou men
om te beginnen al eens moeten over nadenken. En voorts dient opgemerkt
te worden dat deze zaken wel degelijk met elkaar te maken hebben: de Bolkesteinrichtlijn,
de nationale regeringen en de grondwet zijn allen slechts nevenkwesties
van één centraal probleem: het neoliberale beleid.
Nu, na afloop van de referenda, zou men denken dat de strijd is gewonnen
en dat de grondwet zal afgevoerd worden. Dat is helaas niet het geval.
Het establishment, dat een ferme klap heeft te verwerken, is nu reeds
begonnen met een propagandaoffensief om de tegenstand van de bevolking
te recupereren. Ondanks voorgaande afspraken wordt nu al gevraagd dat
het ratificatieproces voort moet gaan. Men is al beginnen te nuanceren:
de stem tegen de grondwet was in feite een stem voor Europa, heet het
(dixit Verhofstadt). Het is niet onwaarschijnlijk dat, hoewel de grondwet
zal afgevoerd worden, de inhoud van de grondwet in een andere vorm zal
terugkeren. Waakzaamheid is geboden, de strijd tegen het neoliberale beleid
van dit Europa is nog steeds nodig.
De 2e Sociaal-Flamingantische Trefdag in Aalst staat volledig in het
teken van Europa. Kom er naar toe en verneem meer over de gevaren van
de neoliberale Europese Unie. Want de strijd voor een ander Europa hoort
thuis op het prioriteitenlijstje van linkse flaminganten en progressieve
Vlaamsgezinden!
Het is misschien interessant voor de lezer om ook te wijzen op
de gecentraliseerde controle over de berichtgeving: het gros van de
kranten, tijdschriften, televisiezenders en andere media in dit land
is in handen van een zeer beperkt aantal groepen (De persgroep, Roularta,
VUM, Concentra), wat de houding van de media verklaard. In Frankrijk
is het Serge Dassault (groot voorstander van de grondwet), die een aanzienlijk
deel van de media controlleert en daarmee ook de berichtgeving. Begin
mei hebben meer dan honderd journalisten nog geprotesteerd tegen de
censuur.
Kevin De Laet
Jan Vanormelingen |