webstek voor
linkse republikeinen
en progressieve nationalisten

Openingsblad
 
Alles over SFL
Manifest
Organiserend comité
Teksten
Steun SFL
Contact
 
Overzicht
 

> Toespraak 2de SFL-trefdag

Aalst en de geschiedenis van het sociaal flamingantisme

Sedert de jaren ’80 stellen we een fundamentele breuk vast in het beleven en gebruik van geschiedenis. Van een collectief geheugen is geschiedenis via de vermarkting, die overigens alle vormen van kunst en cultuur treft, geëvolueerd naar een individuele perceptie die à la carte wordt geconsumeerd. Er grijpt duidelijk een soort ‘déracinement historique’ plaats waarbij alle ‘grote verhalen’ van vroeger in de taboesfeer zijn verzeild en onder mom van objectiviteit, verwetenschappelijking en een verkeerd begrepen wereldburgerschap vele vormen van revisionisme, neo-Belgicisme, denationalisatie, verengelsing en gelijkschakeling hun intrede doen. De globalisering is duidelijk gebaat bij een gebrek aan historische kennis en bewustzijn. Men wil gemiddelde, gedenationaliseerde wezens zonder enig klassenbewustzijn creëren die overal ter wereld kunnen consumeren en arbeid leveren.

Als linkse flaminganten gaan we bewust tegen deze vloedstroom in en beseffen we dat onze gaststad Aalst een rijk verleden van sociaal flamingantisme herbergt. Het begint al vroeg met Iwein van Aalst die na de moord op de Vlaamse graaf Karel De Goede in 1127 de gevoelens van het al relatief verstedelijkte Vlaanderen vertolkt. Hij wijst Willem Clito, die door de Franse koning als opvolger was geparachuteerd, er o.m.op dat hij kan worden afgezet als hij niet aan zijn plichten t.o.v. het volk voldoet. Een vroege vorm van volkssoevereiniteit die in de Middeleeuwen bijna alleen in Vlaanderen mogelijk was en waar bvb. Jacob van Artevelde op verder bouwde. Aalst is ook het biotoop van Bert Van Hoorick geweest, één van de smaakmakers van de Vlaamse KP van Jef Van Extergem, die na een ‘behandeling ‘ door de beruchte Vlaamse SS-ers Wijss en De Bodt in Breendonk, uiteindelijk in Buchenwald terechtkomt. Van 1945 tot ’46 was hij hoofdredacteur van de Rode Vaan (met o.m. Boon als redacteur) en van 1946 tot ’49 communistisch volksvertegenwoordiger voor Aalst. N.a.v. brieven van incivieken in gevangenschap schrijft Bert in ‘46 zijn brochure: ‘Geen geld, de bak in’, kleine garnalen moeten boeten en economische collaborateurs ontspringen de dans… Voor de verkiezingen van ’49 diende hij een amnestievoorstel in voor minderjarige incivieken en in de kamer eiste hij de wederoprichting van de IJzertoren op staatskosten. Daar was toen wel moed voor nodig in de KP. Het Daensisme is natuurlijk één van de sociaal-flamingantische bewegingen bij uitstek geweest met wortels in Aalst en de Denderstreek. Men moet uiteraard deze beweging plaatsen tegen de typisch laat 19de eeuwse Vlaamse situatie: een bijna integrale controle van de Kerk over de Vlaamse bevolking, het paternalisme, de katholieke leer van berusting, de schoolstrijd van 1879 die nog zwaar nawerkt, ultramontanisme, de gewelddadige sociale actie in Wallonië van 1886, ‘le péril social’ en de socialistische en katholieke tegenreacties en de uitdaging van de massademocratie (Algemeen Stemrecht). Uiteraard met het typische Vlaamse fenomeen van een interne taalgrens die bovendien nog een sociale taalgrens is. In deze context ontstaat er een Daensistische beweging die grosso modo uit 2 pijlers bestaat:


a) de beweging die zich rond de figuur van priester Adolf Daens ontwikkelt en die tegen de katholieke lijst, waar democraten niet terecht kunnen, succesvolle dissidente lijsten indient. Hun vrij gematigd programma wil, schoolvrede, afschaffing van de loting, vermindering van de militaire uitgaven, rechtvaardiger belastingen, taalgelijkheid en verdedigt uiteraard de rechten van arbeiders en boeren. Waar de kandidatuur van een priester aanvankelijk stimulerend werkt wordt dit later hinderlijk voor de beweging omdat Daens zijn persoonlijk conflict met de Kerk vooropstelt en eigenlijk het liefst van al zou terugkeren in de schoot van de katholieke standenpartij. De harde tegenreactie van de officiële katholieke machthebbers die de daensisten als pestlijders behandelen en ze bestrijdt als nieuwe ketters, bewijst hoe slecht de Kerk toen kon omgaan met alles wat aan haar controle zou kunnen ontsnappen.


b) Het radicalere zgn. ‘Plancquaertisme’ rond de figuur van Hector Plancquaert, dat de uitbouw van een autonome partij vooropstelt, die definitief breekt met het katholieke machtsapparaat. Deze beweging wortelt o.m. in de pogingen om vanaf 1860 een onafhankelijke Vlaamse, sociale partij te stichten boven de ideologische verschillen, de Landdagbeweging en zelfs in Meeting en de Nederduytsche Bond. Plancquaert zal in dezelfde periode dan Daens op diverse plaatsen bij tussentijdse en algemene verkiezingen ‘tegen kasteel en fabriek’ opkomen tegen de plaatselijke conservatieve kandidaat. Agitator Plancquaert is niet echt betrokken bij de concrete opbouw van Daensistische organisaties en zal zonder achterban de stap naar het activisme zetten. Later zal hij het Vlaams-christendemocratisch gedachtegoed verdedigen tegen autoritaire recuperatie.

 

Joost Vandommele - Aalst, 21 augustus 2005

     
 

[ SFL: p.a. Leuvensebaan 109, 3220 Holsbeek ] [ ARGENTA: 979-5930107-17 ] [ IBAN: BE61 9795 9301 0717 - BIC: ARSPBE22]