| |
|
> 12 redenen waarom deze eerste Europese grondwet
verworpen moet worden
1. Wat is het statuut en de draagwijdte van deze tekst die "grondwet"
gedoopt werd?
Een traditionele grondwet is het resultaat van de debatten binnen een
grondwetgevende vergadering die de uitdrukking is van de soevereiniteit
van een volk. Deze Europese grondwet is ontworpen door een gecoöpteerde
vergadering: de Europese Conventie, waarvan de leden geen mandaat hadden
gekregen van de bevolking voor het schrijven van een grondwet. De tekst
die nu ter ratificatie voorligt, is het resultaat van onderhandelingen
tussen regeringen.
Eigenlijk gaat het over een internationaal verdrag dat "grondwet"
gedoopt is. Door de manier waarop ze tot stand gekomen is, beschikt de
tekst over geen enkele legitimiteit.
Een grondwet definieert in een korte en begrijpbare tekst de modaliteiten
om een samenleving te organiseren. Ze legt de rechten en plichten van
de burgers vast. De verschillende machten worden georganiseerd, hun bevoegdheden
worden afgelijnd en hun samenstelling wordt vastgelegd. Een grondwet stelt
principes vast die later in praktisch toepasbare wetteksten gegoten worden.
De voorliggende Europese grondwet bevat 453 artikels, wordt vervolledigd
door 36 Protocollen, 2 Bijlagen en 39 Verklaringen: in totaal 765 A4-bladzijden.
Een goed begrip en een correcte interpretatie van de tekst vereist dat
je de protocollen, bijlagen en verklaringen bij de hand hebt. Gerenommeerde
juristen geraken het niet eens over de interpretatie van een aantal artikels.
Inhoudelijk gaat deze tekst veel verder dan een gewone grondwet. Ze legt
beleidskeuzes vast die normaal gezien in wetten en besluiten thuis horen.
Ze legt een duidelijke oriëntatie op aan de Europese samenleving,
die door wisselende meerderheden niet zo maar gewijzigd kunnen worden.
Een hele reeks beleidsopties in gevoelige en vaak controversiële
thema's worden aan het politieke debat onttrokken.
De grondwet legt de grenzen van Europa niet vast waardoor de voortrekkers
van een grote vrijhandelszone de bovenhand halen op de mensen die een
echt Europees project voorstaan.
De grondwet weigert om het bestaan van een Europees volk of burgerschap
te erkennen, waarvan ze dan uiteraard de soevereiniteit zou moeten erkennen.
De gehanteerde enge definitie bevestigt dat de oorsprong van de Europese
macht niet bij de Europese volkeren ligt maar bij de lidstaten. Het Europees
burgerschap hangt af van de nationaliteit van een lidstaat en wordt op
die manier geweigerd aan miljoenen mensen die al vele jaren in Europa
wonen.
2. Is de Europese grondwet filosofisch neutraal?
De grondwet verwerpt het principe van de laïciteit van de Europese
instellingen en legt een specifiek regime op voor de relaties tussen de
overheid en de kerken, die van de "erkende eredienst". Hierdoor
kan de Europese overheid de kerken subsidiëren. Europese subsidies
liggen binnen het handbereik van verenigingen als Opus Dei.
De eeuwenlange strijd voor een scheiding tussen kerk en staat wordt miskend.
Net in een tijd van opkomende religieuze onverdraagzaamheid waarin openbare
ruimtes heroverd worden door de godsdiensten, bevestigt de Europese grondwet
deze achteruitgang.
3. Is de Europese grondwet ideologisch neutraal?
De neutraliteit van een grondwet uit zich door zich te beperken tot een
strikte organisatie van de verdeling van de machten en het opsommen van
de rechten en de plichten van de burgers. Andere modernere grondwetten
definiëren individuele en collectieve rechten en geven aan de overheid
de taak om te garanderen dat de bevolking ten volle van deze rechten kan
genieten. De Europese grondwet garandeert " het vrije verkeer van
mensen, goederen, diensten en kapitalen evenals de vrijheid om te investeren".
De rechten van de burgers worden enkel door de Europese Unie erkend in
de mate dat ze dit "vrij verkeer" niet beperken. Op die manier
heeft de Europese elite een nieuwe hiërarchie van normen ingesteld
die de concurrentie boven de solidariteit stelt. De bestaande verdragen
hebben het ideologisch project van de UE nooit zo duidelijk bevestigd.
De Europese Unie baseert zich op "het respect van het principe van
de markteconomie waar de concurrentie vrij is en niet verstoord wordt".
De concurrentie wordt de basis van intermenselijke relaties.
Deze vrijhandel wordt integraal deel van "het gemeenschappelijk belang"
van de Europeanen. De absolute wet van de markt vormt geen beleidsoptie
meer die aan de kiezers kan voorgelegd worden. Er wordt vanaf nu niet
meer over gediscuteerd. De grondwet is een waarachtig neoliberaal manifest.
4. Wordt het principe van de volkssoevereiniteit door de grondwet gerespecteerd?
De fundamenten van de democratie berusten bij de soevereiniteit van elk
volk. Het volk is de enige bron van autoriteit. Elke macht ontstaat uit
het volk. Als dit principe niet gerespecteerd wordt, is van democratie
geen sprake.
De overdracht van steeds meer bevoegdheden naar het Europese niveau heeft
gezorgd voor een "democratisch deficit".
De Europese grondwet bevestigt en versterkt een buitengewone machtsconcentratie
aan een vergadering van 25 regeringen: de Ministerraad. De Ministerraad
dient zich niet te verantwoorden, noch tegenover het Europese parlement,
noch tegenover de nationale parlementen. De Ministerraad kan niet collectief
gesanctioneerd worden.
De macht van de Europese instellingen komt indirect voort uit de nationale
parlementen en hun gekozenen, maar de graad van delegatie veroorzaakt
een verregaande verzwakking van de democratische controle: de bevolking
delegeert haar soevereiniteit aan haar gekozenen in de nationale parlementen.
Deze delegeren ze aan hun regeringen, deze aan de Europese Ministerraad
die ze in grote mate delegeert aan de Europese Commissie die geen verantwoording
moet afleggen aan de bevolking. De grondwet bezegelt de overgang van "democratie"
naar "technocratie" door aan de Commissie de bevoegdheid te
geven "het algemeen belang te bewaken" en "de Unie naar
buiten uit te vertegenwoordigen". De Commissie is een verzameling
technocraten die geen verantwoording verschuldigd is en die bewezen heeft
vooral open te staan voor de suggesties van zakenlieden. Deze Commissie
heeft het monopolie om voorstellen voor Europese wetgeving te doen aan
het Europees Parlement. Het EP zelf kan dus nog steeds niet op eigen initiatief
wetgevend werk verrichten. Eén lichtpunt: het aantal materies waarbij
het EP bij deze voorstellen betrokken wordt, is uitgebreid.
In theorie mag het EP de voorzitter van de Commissie kiezen, maar het
is de Ministerraad die één kandidaat voorstelt. Het EP kan
geen echte controle uitoefenen op politieke keuzes of over het functioneren
van andere Europese instellingen en in het bijzonder de Commissie. Een
individuele commissaris kan niet gedesavoueerd worden, enkel de hele Commissie
samen.
In deze omstandigheden is het moeilijk om van democratie te spreken.
5. Biedt de grondwet garanties voor een onafhankelijke en neutrale Europese
Commissie?
De grondwet bevestigt dat "de Europese Commissie het algemeen belang
bevordert en initiatieven neemt die aan dit doel aangepast zijn…
zij oefent deze verantwoordelijkheden uit in volledige onafhankelijkheid…waarbij
haar leden geen enkele instructie vragen of accepteren van geen enkele
regering, instantie of organisatie". Toch blijkt in de praktijk de
EC de uitvoerende instantie te zijn die het meest permeabel is voor zakenmiddens
en werkgeversorganisaties. Het volstaat om de voorstellen van deze drukkingsgroepen
te vergelijken met die van de Commissie. Commissaris voor handel Lamy
(Commissie Prodi) verklaarde op een vergadering van één
van de invloedrijkste drukkingsgroepen, het Transatlantic Business Dialogue
(TABD) "samengevat, wij gaan ons werk doen op basis van uw aanbevelingen.
Dit zal gemakkelijker gaan als u ons uw prioriteiten laat weten".
Een andere drukkingsgroep, de Trilaterale Commissie, stelt in een document
getiteld "The crisis of Democracy": "Er zijn wenselijke
grenzen aan de uitbreiding van de politieke democratie". Verschillende
Europese Commissarissen zijn lid van deze drukkingsgroepen zoals de Bilderberggroep.
De nieuwe grondwet stelt geen enkele beperking aan het combineren van
een functie van Eurocommissaris en het lidmaatschap van deze drukkingsgroepen
die het neoliberale model promoten.
6. Betekent de grondwet een stap vooruit op sociaal vlak?
Alle 15 lidstaten van de EU voor de uitbreiding ondertekenden de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens, het internationaal pact over burgerlijke
en politieke rechten, het Pact over economische, sociale en culturele
rechten, en de 8 basisconventies van de Internationale Arbeid Organisatie.
Om na te gaan of de nieuwe grondwet een vooruitgang betekent, moet men
ze vergelijken met deze ondertekende documenten. Maar de grondwet verwijst
niet naar de Universele verklaring of de pacten rond mensenrechten, maar
enkel naar de Europese Conventie voor de bescherming van de mensenrechten.
Het verschil is dat de eerstgenoemde teksten collectieve rechten definiëren,
terwijl de laatste dat duidelijk niet doet.
Het Charter van Grondrechten van de Unie (deel 2 van de grondwet) is dus
een "charter", een tekst waarin traditioneel in het feodale
Europa de machthebbers rechten toekenden aan het volk zoals het hen goeddunkte.
Maar ook de inhoud betekent een catastrofale achteruitgang ten opzichte
van het Pact betreffende economische, sociale en culturele rechten. Het
"recht op werk", erkend in verschillende grondwetten van lidstaten
wordt vervangen door het "recht om te werken". Het verschil?
Door het "recht op werk" zo te erkennen, krijgt de overheid
de taak om dit recht te garanderen. Andere rechten, waarvoor in vele landen
decennia strijd geleverd werd (minimuminkomen, pensioen, werkloosheidsuitkering,
decente huisvesting, gelijke toegang tot zekere diensten, enz.) worden
in de grondwet nergens vermeld. Over het recht op sociale zekerheid en
gezondheidszorg wordt enkel gesproken in termen van "erkenning en
respect", die geen enkele juridische garantie bieden. Er werd duidelijk
gekozen om geen tegengewicht te garanderen, onder de vorm van collectieve
rechten, tegen de dogma's van de vrije markt.
Er is dus geen stap vooruit gezet, maar verschillende stappen achteruit.
Zelfs de nationale wetgevingen die in verschillende landen de vernoemde
rechten wél erkennen, worden niet langer beschermd nu er een Europese
grondwet boven wordt geplaatst die het (neoliberaal) beleid als "kwestie
van gemeenschappelijk belang" behandelt.
Het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten moet de grote oriëntaties
van het economisch beleid respecteren dat omkaderd wordt door de eisen
van de markteconomie.
Kortom het sociale Europa maakt enkel vooruitgang in mooie verklaringen.
7. Laat de grondwet het bestaan toe van een openbare dienstverlening?
De openbare dienstverlening vloeit rechtstreeks voort uit het erkennen
van collectieve rechten door een overheid die dan ook verplicht is om
dit recht aan elke burger te garanderen.
De Europese Commissie heeft de notie van openbare dienst nooit erkend.
De term wordt in de taal van de eurocraten niet gebruikt. In de grondwet
is de notie "openbare dienst" vervangen door die van "dienst
van algemeen economisch belang". De Europese Unie "erkent en
respecteert de toegang tot diensten van algemeen economisch belang, zoals
voorzien in de nationale wetgeving". Deze tekst garandeert dus geen
enkel recht. Bovendien bestaat er heel wat verwarring over de definitie
van die "diensten van algemeen economisch belang". Maar wat
wel duidelijk blijkt uit verschillende documenten is dat een overheidsinitiatief
in dit domein enkel kan als bewezen is dat de markt de verwachte dienst
niet kan leveren en wanneer de concurrentieregels gerespecteerd worden.
In de grondwet staan tegenstrijdige formuleringen betreffende deze diensten
en verschillende interpretaties blijven mogelijk.
8. Biedt de grondwet de garantie om een buitenlands - en defensiebeleid
uit te werken?
De voorbije en huidige conflicten in de wereld (Kosovo, Irak, Palestina)
toonden het gebrek aan capaciteit van de Europese Unie om op een beslissende
manier in buitenlandse kwesties op te treden. Europa moet z'n passiviteit
afschudden, niet om een imperialistische macht te worden maar om het internationaal
recht te bewaken.
De voorgestelde grondwet stelt net het tegenovergestelde voor. Ze bevestigt
de onderworpenheid van de Europese Unie aan het beleid van de Verenigde
Staten.
De grondwet stelt dat "het veligheids - en defensiebeleid van de
Unie de verplichtingen respecteert die voortkomen uit het Noord-Atlantisch
verdrag (NAVO)". Op het vlak van militaire capaciteit spreekt de
grondwet niet over een Europese capaciteit maar stelt dat " de lidstaten
zich engageren om hun militaire capaciteiten stelselmatig te verbeteren".
Op die manier bevestigt de grondwet de macht van Groot-Brittannië
die zowel de politieke spil (het land bepaalt de regels en de limieten)
als het scharnier met de VS is.
9. Beschermt deze grondwet de Europeanen tegen de neoliberale globalisering?
De voorgestelde grondwet schrijft zich volledig in de wereldwijde neoliberale
stroming in. Deze wil de rol van de staat beperken tot beveiligingsactiviteiten.
De grondwet "respecteert de essentiële taken van de staat, met
name het vrijwaren van de territoriale integriteit, het bewaren van de
openbare orde en de nationale veiligheid". De tekst is uitermate
beperkend als het gaat over fiscale of sociale kwesties. Initiatieven
die maatregelen rond directe fiscaliteit, bedrijfsbelastingen, strijd
tegen fraude en belastingsontduiking of witwassen van geld of die fiscale
dumping zouden kunnen harmoniseren, moeten door 25 landen unaniem genomen
worden. Hetzelfde geldt voor de integratie van het sociaal beleid of om
sociale dumping te vermijden.
Tegelijkertijd kunnen beslissingen rond "de vier fundamentele vrijheden
van de Europese Unie" (vrij verkeer van mensen, goederen, diensten
en kapitalen) met een eenvoudige meerderheid van de landen genomen worden.
Deze grondwet is geen antwoord op het failliet van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO), maar onderwerpt de Europese volkeren aan de akkoorden binnen de
WTO en aan de fundamentele maatschappelijke keuzes waar die akkoorden
voor staan.
Het gemeenschappelijk handelsbeleid is een exclusieve bevoegdheid van
de Unie. Nationale parlementen kunnen dus geen enkele invloed uitoefenen
op internationale handelsakkoorden. Commerciële, economische en financiële
doelstellingen worden boven elk ander aspect van de maatschappij en het
leven in het algemeen geplaatst.
De Unie kan "alle beperkingen op directe buitenlandse investeringen
opheffen".
Op die manier wordt tegemoet gekomen aan de eisen van zakenmilieus die
zich graag zouden onttrekken aan de fiscale, sociale of milieuwetgevingen
van de landen waarin ze investeren. Deze wetgeving kan vanaf nu beschouwd
worden als een beperking op hun vrijheid om te investeren.
We worden dus niet beschermd tegen de economische en financiële globalisering,
maar eraan onderworpen.
10. Hoe kan de grondwet in de toekomst veranderd worden?
Deze grondwet is uniek in de wereld: elke wijziging vereist een unanimiteit.
"Elk amendement treedt in werking na ratificatie door alle lidstaten",
en dit na een zware procedure (conventie, intergouvernementele conferentie).
Dit soort van unanimiteit is de regel in internationale verdragen, maar
dan zou het eerlijker zijn om niet langer van een grondwet te spreken
maar van een gewoon verdrag. Maar deze titel boven de tekst geeft hem
een groot psychologisch gewicht in de ogen van de Europeanen.
Het gaat ook duidelijk over één geheel dat te nemen of te
laten is. Er is dus geen sprake van om enkel een deel van de tekst goed
te keuren en een ander af te wijzen.
We kunnen de vader van deze grondwet en voorzitter van de Conventie, Valéry
Giscard d'Estaing geloven wanneer hij stelt dat "deze grondwet voor
50 jaar vastligt".
De stichters van de Franse republiek hadden reeds in 1793 de wijsheid
en de bescheidenheid om in de verklaring van de mensen - en burgerrechten
te schrijven "een volk heeft op elk moment het recht om haar grondwet
te wijzigen. Een generatie kan de volgende generatie niet aan haar wetten
onderwerpen". We gaan er meer dan 200 jaar op achteruit!
11. Welke positieve elementen brengt de grondwet bij in vergelijking
met de bestaande verdragen?
Voor hen die de grondwet als een doel op zich beschouwen, is deze tekst
een onweerlegbare vooruitgang. Vele politici stellen dat "alles wat
Europa vooruit helpt hun steun verdient". In één enkel
document worden alle 5 bestaande Europese verdragen gebundeld. De tekst
krijgt het statuut van grondwet en komt in de hiërarchie van Europese
regels helemaal bovenaan te staan. De Europese Unie krijgt rechtspersoonlijkheid.
Het voorzitterschap wordt zichtbaarder en stabieler.
Maar was het nodig om de unanimiteitsregel (die antidemocratisch is en
een bewijs van onmacht) heilig te verklaren? Moest er met zoveel nadruk
een zo duidelijke ideologische oriëntatie gegeven worden aan deze
grondwet?
Met een eenvoudig verdrag was het mogelijk om het charter van de fundamentele
rechten een juridische waarde te geven en de Unie rechtspersoonlijkheid
te geven.
Als er in de praktijk niets meer kan veranderd worden aan de ideologische
en politieke oriëntaties van deze grondwet worden de Europese burgers
hun fundamentele politieke rechten ontnomen. Als deze grondwet zich boven
de nationale wetten plaatst worden nationale verkiezingen zinloos.
Eens deze grondwet geratificeerd is, wordt elke inspanning tot beleidsbeïnvloeding
voor betere arbeidsomstandigheden, sociale voorzieningen, maatregelen
om het milieu te beschermen zinloos, want deze pogingen zou ingaan tegen
de "wil van 25 landen, zoals vastgelegd en gelegitimeerd in een goedgekeurde
grondwet". Drijft men op deze manier mensen die opkomen voor hun
rechten niet naar gewelddadige alternatieven om hun gelijk te halen?
12. Wat zouden de gevolgen zijn van een verwerping van deze voorgestelde
grondwet?
De 25 lidstaten van de Europese unie moeten dus de tekst ratificeren,
vooraleer hij in werking kan treden. In theorie is het voldoende dat 1
land de tekst verwerpt om hem ongeldig te maken.
Maar in een bijlage aan de Grondwet keurden de 25 staatshoofden en regeringsleiders
een verklaring goed waarin gesteld wordt dat "indien 2 jaar na de
ondertekening van de tekst 4/5 van de lidstaten de tekst geratificeerd
hebben en wanneer één of meer lidstaten moeilijkheden ondervinden
om de tekst te ratificeren, zal de Europese Raad de zaak beslechten".
In de praktijk betekent dit dat wanneer eind oktober 2006 20 landen de
tekst ratificeerden, het ervan zal afhangen welk soort landen dit niet
deden.
Als het over kleine landen zoals Denemarken (dat het verdrag van Maastricht
durfde verwerpen) of Ierland (dat het verdrag van Nice verwierp) gaat,
kan de Raad van regeringsleiders het zich permitteren om de grondwet in
voege te laten treden. Iedereen herinnert zich immers dat deze twee voorbeeldlanden
hun referenda moesten overdoen tot dat het resultaat gunstig uitviel voor
de belangen van de werkgevers, bankiers en zakenlui.
Als één of meer grote landen zoals Frankrijk, Spanje of
Groot-Brittannië de voorgestelde tekst zouden verwerpen, ligt de
zaak moeilijker voor de promotoren ervan. Als Groot-Brittannië de
tekst verwerpt (wat niet uitgesloten is) staat niet zozeer de tekst ter
discussie maar wel de plaats van Groot-Brittannië binnen de Europese
Unie. Een weigering van Spanje of Frankrijk, zeker wanneer er meerdere
landen de tekst zouden verwerpen, ontstaat een crisis.
Maar deze crisis zal zeker niet de catastrofe betekenen of de chaos veroorzaken
die de voorstanders van de tekst ons willen doen geloven.
Bij verwerping van de grondwet, blijven de andere 5 verdragen geldig en
in voege. Het huidig beleid van de Europese Unie zal helemaal niet negatief
beïnvloed worden door een verwerping van de grondwet.
Na een verwerping van de grondwet ligt alles weer terug open. Alle specialisten
en kenners van de Europese integratie zijn het erover eens dat dit proces
enkel vooruit gaat door crisismomenten.
Vandaag lijkt een crisis noodzakelijk om Europa terug in evenwicht te
brengen. Onze gekozenen en de regeringen zullen verplicht zijn om een
nieuwe tekst op te stellen, een tekst die hopelijk dichter zal liggen
bij wat een grondwet echt is, een tekst die een evenwicht zoekt tussen
vrijheid en solidariteit.
Naar Raoul Jennar : Quand l'Union Européenne tue l'Europe,
URFIG, 2004
Leestips : Manifest voor een ander Europa, Yves Salesse, Academia
Press, 2004
L’Europe, la trahison des élites, Raoul Jennar,
Fayard, 2004
Erik Van Mele
|