webstek voor
linkse republikeinen
en progressieve nationalisten

Openingsblad
 
Alles over SFL
Manifest
Organiserend comité
Teksten
Steun SFL
Contact
 
Overzicht
 

> 11 juli toespraak

Als ik hier vandaag een elfde juli viering moet inleiden denk ik onwillekeurig aan 3 jaar geleden toen de meeste Vlaamse verenigingen de viering van 700 jaar Guldensporenslag , waaronder zij niet uitkonden, eigenlijk als een bescheten commissie ervaarden. Wat moest men volgens het moderne eenheidsdenken immers vieren: een Middeleeuwse slachtpartij die bovendien niets met het huidige Vlaanderen te maken had? Men spande zich in om de gebeurtenissen te ontvlaamsen door sterk te benadrukken dat er bvb. ook Namenaars bij de Vlamingen dienden en Dietssprekende Brabanders in het Franse leger. De boodschap was dat men maar eens afmoest van die symboliek die ons door de romantiek, dan nog in een volledig bewust vervalste gedaante, waren opgesolferd. In het beste geval raadde men ons aan nieuwe en betere symbolen te zoeken…

Vele Vlamingen, door tal van echte en vermeende erfzonden overladen, lieten zich eens te meer stigmatiseren en er werden tal van nepfeesten opgezet. Zo bvb. In Kortrijk - de stad van hét gebeuren - waar men handenvol geld (met 285 miljoen (B Frank) kwam men nog niet toe) uitgaf om een zielloos, intriestig en dus nutteloos spektakel op te voeren. Het politiek correct denken had immers voorgeschreven dat er zeker geen ridders en voetsoldaten (volgens hen een natte droom van fundamentalistische flaminganten; hoewel nu precies die tegenstelling tussen ridders en voetsoldaten vrij essentieel is voor de Guldensporenslag) aan te pas mochten komen die – al was het deze keer voor de grap en het amusement -op mekaar zouden inhakken… Daar waar op het eerste het beste zomerfestival een toernooi of zegmaar een Middeleeuws tentenkamp wordt geëvoceerd (bvb. Gavere 2003 n.a.v.550 slag bij Gavere, Waterloo etc.) …

Voor ons is het duidelijk dat 1302 door Vlaanderen wel degelijk verdient gevierd te worden. Ten eerste was de kern van de Vlaamse weerbare mannen opgestaan ‘om ’t land en ’t volk te bescermene’ (hun eigen gezinnen en goed) tegen nietsontziende vreemde bezetters. Niettegenstaande het hopeloze karakter van de onderneming (zij gingen met het gedacht dat zij normaal gezien ‘s avonds dood zouden zijn, gevangen of dies meer) brachten zij het er schitterend vanaf. Het klassenkarakter van een voetleger van ambachtslieden en vrije boeren dat het sterkste ridderleger van het Westen versloeg werd in Vlaanderen overigens zelden onderstreept. In het nationaalmuseum van Praag was er destijds een aparte zaal aan gewijd! Even belangrijk zijn de onmiddellijke gevolgen van de Vlaamse overwinning: the day after op 12 juli hielden de overwinnaars overwinningsparade in de grootste stad van het graafschap nl. Gent de ambachten kwamen er in het stadsbestuur; hetgeen betekent dat zij inspraak kregen in de belastingen en het bestuur. Het is tijdens dit democratisch bestuur dat de plannen voor de bouw van het belfort werden gemaakt ; de fameuze klokke Roeland werd gegoten in 1314! Even belangrijk is dat het bestuur en de stukken vanaf 1302 in de volkstaal gebeurden… Het zal ook vanuit Gent zijn dat Jacob Van Artevelde (in opvolging van Willem de Deken, ambachtsdeken van Brugge die samen met Zannekin de Vlaamse opstand van vrije kustboeren en Brugse ambachtslieden leidde (1323-1328), het gezag van Karel De Schone , koning van Frankrijk over Vlaanderen wou onttrekken en in 1328 door het Parlement van Parijs werd veroordeeld; hij werd aan de schandpaal tentoongezet in Parijs, de handen afgekapt, naar de galg gesleept, opgehangen en daarna gevierendeeld; Artevelde had meer geluk omdat zijn optreden kaderde in de beginfase van de 100-jarige oorlog; vanaf deze periode neemt Gent dat tot dan in alle opstandige bewegingen afzijdig was gebleven voor 240 jaar het voortouw; dit moet ook worden gezien in de militaire bescherming van een tanende textielnijverheid; lastbreken; graanstapelrecht)), den grooten burgerdemocraat, vanuit het levensbelang van de grote Vlaamse steden en het gewone volk de Franse koning en zijn paladijn, de francofiele graaf Lodewijk van Nevers (ook Lodewijk van Crécy; ook een Dampierre), eenzijdig ontheven verklaart van hun macht over Vlaanderen.In geen enkel gebied uitgezonderd Noord-Italië was zulks denkbaar…

Vandaag blijven de talrijke en machtige belgicisten bestendig en bewust stokken in de wielen steken van een serene en bewuste 11-juliviering, en ze weten verdomme goed waarom… Kijk bvb.maar naar het schouwspel dat al jaren rond de fameuze kist van Oxford wordt opgevoerd waar belgicisten met alle macht willen bewijzen dat het hier om een manifeste flamingantische vervalsing gaat en waar de officiële Vlamingen zich uit zelfschaamte en carrièreplanning laten ringeloren…

In de sfeer van het voorgaande wil ik het vandaag een keer hebben over authenticiteit of liever over het gebrek aan authenticiteit en de gevolgen daarvan.

Als de Vlaamsgezinden zich indertijd afzetten tegen de Franstaligen hadden ze uiteraard niets tegen de Franse taal op zich, al beheerste die taal toen op een agressieve wijze het openbare en culturele leven, de wetenschap en alle andere belangrijke domeinen in Vlaanderen. Wat hen wél uitermate stoorde was dát soort Vlamingen dat zich van het Frans bediende om beter te lijken en zich te onderscheiden van de gewone man. Zo gebeurde het in het Gent van die dagen nogal eens dat een ‘geärriveerd’ persoon zijn Vlaamse gazet opzegde voor ‘La Flandre Libérale’ of ‘Le Bien Public’. Die Franse titel werd liefst goed zichtbaar in de bus gestoken. Terzelvertijd begon men de meid in het Frans aan te spreken het liefst als anderen het goed konden horen… Plots kon men zich beter waarmaken, denken, uitdrukken en ‘zichzelf’ zijn in een vreemde taal… Men dacht dat men er nu bij hoorde en voelde zich bijgevolg beter… Het ging hem hier eigenlijk om een wijdverbreid irriterend snobisme, een verschijnsel dat overigens van alle tijden en plaatsen is. Ik vond een goede, overigens Franse definitie van dit snobisme namelijk ‘comportement ridicule en imitant la classe supérieure’. Alle woorden hebben hier hun waarde: comportement ridicule is dus belachelijk of lachwekkend gedrag, teweeggebracht door het naäpen (imiter) van de hogere klasse. Die ganse holle bedoening van de toenmalige leidende klassen en would-be leidende klasse van Vlaanderen (de Leliaards van toen) met veel grootspraak en chichi, irriteerde de Vlaamsgezinden mateloos precies omdat zij wél over inhoud beschikten. Hoe meer de flaminganten het ganse circus doorzagen, hoe luider de holle vaten in hun oren klonken en hoe sterker de wederzijdse aversie groeide. Ter informatie: bij de volkstelling van 1910 bekende 8% van de Gentenaars zich als Franstalige waarvan ¼ ééntalig; het hoeft geen betoog dat het hier om de leidende klasse of de would be leidende klasse ging. Dezelfde clique die bvb de Wereldtentoonstelling van 1913 te Gent in handen had, een manifestatie met een sterk francofoon en francofiel karakter…
In zijn toespraak op 21 december 1911 in de aula van de Gentse universiteit hield de Leidse hoogleraar en neo-hegeliaan Gerardus Bolland de Gentse flamiganten een spiegel voor. Zelfkennis met als gevolg zelfrespect was volgens hem de sleutel voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit te bekomen en bij extensie voor de gehele Vlaamse kwestie aan te pakken. Provocerend stelde hij dat niemand de flaminganten en de Vlamingen als dusdanig er kon toe dwingen de verfransing te aanvaarden. Zij moesten simpelweg zelf het recht in eigen handen nemen waar hun dat onthouden werd. ‘Gij zijt een verzonken volk zolang ge het Frans duldt aan de universiteit van Gent’ luidde het. Of het allemaal iets uitgehaald heef is betwijfelbaar want één van de grondkenmerken van de Vlamingen is dat ze nog steeds graag meedansen in een ander zijn cirque, en liefst dan nog een vreemde cirque…

Laten we nu de lijn even doortrekken tot vandaag. Het snobisme voert duidelijk weer hoogtij. De zgn. ‘generation in black’ (de Leliaards van vandaag) bepaalt overal de norm. Zij noemen zich wereldburger, bewegen internationaal, spreken en denken in het Engels en voelen zich duidelijk verheven boven de massa (genre Peter Vandermeersch van DS, Jo De Poorter e.a.). Ze hebben breeddenkendheid en tolerantie tot hun handelsmerk gemaakt maar die reikt precies tot daar waar je hún muziek graag hoort, hún gedachtegang volgt en hun ballonnetjes niet doorprikt of het zich nu in de kunst, het onderwijs, in de economie (denken we aan Lernhout en Hauspie) of in andere domeinen situeert. Deze ‘generation in black’ is de fine fleur van de eerste generatie die kon profiteren van de democratisering van het onderwijs. De gemiddelde kennis is daardoor flink gestegen maar wat de diepgang betreft, die is duidelijk niet gevolgd. Meestal blijft het bij vormgeving zonder veel inhoud. Een mooie, oogverblindende vitrine maar niks in de winkel… mobiliteit, flexibiliteit, consumentisme, professionalisme, communicatie zijn de geprefereerde glijmiddelen van het moderne management die alles aan de man moeten brengen. En de massa van oningewijden, zij is onder de indruk, slikt en aapt na… de fameuze parabel van de keizer zonder kleren typeert dit alles nog het best…

Het hoeft niet gezegd dat het anglosaxische consumptiemodel met het Amerikaans economisch militair en cultureel imperialisme in dezen de dans leidt. En de verblinde, sterk gedenationaliseerde en platmaterialistische Vlaming; hij danst van harte mee…

Meestal ontbreekt het echter niet aan goed originele ideeën, noch aan middelen om deze te realiseren maar in de meeste huidige projecten is het uitsluitend de vormgever die de dans bepaalt. Het inhoudelijke komt op de tweede plaats en moet zich aanpassen. Niet wát je verkoopt maar het verkopen zelf is essentieel. Spindokter, illusionist en acteur zijn gouden beroepen geworden. Het probleem is dat vele resultaten van hun werk virtueel maakwerk zijn. Niets lijkt nog wat het is, symbolen hebben geen betekenis meer. Voor velen wordt het een probleem realiteit van fictie te onderscheiden… Gevolg: veel zelfmoorden en massa’s werk voor zielenknijpers.

Zonder daarom negatief te willen zijn is het toch belangrijk het beeld even scherp te stellen al was het maar om precies te weten waar we ons bevinden. Zoals in alle perioden waarin een bepaalde vorm van waanzin de norm lijkt heeft ook deze tijd zijn nut! Wanneer dit alles in zijn eigen beperkingen en contradicties zal zijn vastgelopen komt er vast iets beters dat het vorige overstijgt… Diepgang en verfijning zijn gedoemd om ooit weer eens boven water te komen, zo werkt nu eenmaal het mensdom. Potentieel is er genoeg! Wedden dat, als het zover is, die vermaledijde Guldensporenslag weer vanonder het stof zal worden gehaald? Want een vleugje romantiek; het mag en het moet; tegen het allesdodende en vernietigende cynisme!

 

Joost Vandommele - 11 juli 2005

     
 

[ SFL: p.a. Leuvensebaan 109, 3220 Holsbeek ] [ ARGENTA: 979-5930107-17 ] [ IBAN: BE61 9795 9301 0717 - BIC: ARSPBE22]