Vlamingen Vooruit

Nieuwsbrief voor de Sociaal-Flamingantische Trefdag 2008

Mei-juni 2008 nummer 1


Op 13 september 2008 vindt in Gent de 5e Sociaal-Flamingantische Trefdag plaats.  Met deze nieuwsbrief wil SFL zoveel mogelijk mensen warm maken voor die Trefdag.  De komende maanden geven wij nog enkele nieuwsbrieven uit waarin u naast praktische informatie ook inhoudelijke teksten te lezen krijgt over het thema van de komende Trefdag: ‘Solidariteit’.

Voor vragen en meer informatie kunt u mailen naar info@landdag.org. Deze nieuwsbrief kan u tevens in PDF ophalen.
 


Nieuws over de Trefdag

Binnenkort hopen wij het volledige programma van de Trefdag rond te hebben.  De volgende informatie kunt u alvast in uw agenda noteren:

5e Sociaal-Flamingantische Trefdag:

Soeverein Vlaanderen = Solidair Vlaanderen

  • Datum: Zaterdag 13 september 2008
  • Thema: Solidariteit
  • Plaats: Dienstencentrum Gentbrugge, Braemkasteelstraat 35, Gentbrugge (Gent)
  • Sprekers (niet volledig): Peter De Graeve (Hoofddocent wijsbegeerte, Gravensteengroep), Paul Ghijsels (Gewezen journalist, oud-ABOS-ambtenaar), Dirk De Haes (Oprichter SFL), Julien Borremans (Meervoud-medewerker, IJzerbedevaartcomité, publicist), Joost Vandommele (René De Clercq-stichting, Priester Daensfonds, SFL-medewerker)

Net als vorig jaar is er gekozen voor een locatie die vlot bereikbaar is.  De polyvalente zaal van het Dienstencentrum in Gentbrugge ligt vlakbij de E17 en beschikt over voldoende parkeerruimte.  Wie met het openbaar vervoer komt, kan rekenen op vlotte tram- en busverbindingen.  Het treinstation van Gentbrugge ligt op minder dan een kilometer van de zaal.

 

Over SFL en de Trefdag

Veel mensen bekijken de Vlaamse emancipatiestrijd vanuit een links perspectief.  Door tal van factoren zijn zij politiek dakloos en is het pover gesteld met de initiatieven die het sociale en Vlaamse met elkaar verbinden.  Om hieraan te verhelpen werd SFL eind 2003 opgericht.  Vooreerst wil SFL mensen samenbrengen voor vorming en ontmoeting.  Het organiseren van een jaarlijkse Trefdag (destijds Landdag genaamd) past in dit kader.  Daarnaast organiseert SFL activiteiten in verschillende Vlaamse steden.  SFL verleent steun aan verschillende sociaal-flamingantische initiatieven en voerde vorig jaar een succesvolle Brusselcampagne.

Op de vorige Trefdag (Antwerpen, september 2007) waren er ruim honderd aanwezigen.

 

Waarom een Trefdag over ‘Solidariteit’?

De petitie ‘Red de Solidariteit’ die vorig jaar werd gelanceerd, was een kaakslag voor iedereen die begaan is met een democratisch, sociaal en soeverein Vlaanderen.  Niet omdat er iets mis zou zijn met een petitie voor het behoud van België, maar wel omdat er een beeld werd opgehangen dat manifest onwaar is.  Solidariteit kan volgens de initiatiefnemers alleen in België bestaan en niet in een onafhankelijk Vlaanderen, want daar zal ‘wedijver en egoïsme’ heersen.  Dit dogma heeft ‘Red de Solidariteit’ met de steun van een hele resem VB’s (Voorbeeldige Belgen) maandenlang uitgedragen.  In de overtuiging dat al hun leden deze boodschap ondersteunen, gaven de vakbonden hun volle medewerking aan het initiatief.  Samen met klein-links trokken ze de boer op om de kapitalistische staat België van de ondergang te redden.

De ideeën van ‘Red de Solidariteit’ zijn nochtans niet nieuw. Al jaren wordt het idee gecultiveerd dat Vlaanderen genetisch rechts, onverdraagzaam en ultraliberaal is. De progressieve en linkse kringen die dergelijke ideeën verkondigen staren zich blind op de ‘rechtse ziekte’ waaraan Vlaanderen lijdt en missen vaak elk gevoel voor nuancering. Ze missen vooral eigen zelfvertrouwen: links vreest dat zij in een onafhankelijk Vlaanderen het onderspit zal delven.

Op de Trefdag in Gent willen we het thema ‘Solidariteit’ op een niet-emotionele manier benaderen. Want Vlaamse soevereiniteit en solidariteit hoeven geen tegengestelde begrippen te zijn.

 

Verslagboek 2007

De verslagboeken die SFL tot nu toe uitbracht, verschenen drie tot vier maanden na de jaarlijkse trefdag.  Dit jaar zal het jammer genoeg langer duren, omdat enkele sprekers door omstandigheden nog niet klaar zijn met hun tekst.  Na intern overleg hebben we besloten om de publicatie uit te stellen tot eind juni omdat we de teksten te belangrijk vonden om ze niet te publiceren of mee te nemen naar een volgend verslagboek.  Wie die termijn te lang vindt of vragen heeft kan steeds een berichtje sturen op het vertrouwde adres: info@landdag.org of bellen naar 0473/97.48.51.

 

Tamtam

De middelen voor de aankondiging van de Trefdag zijn uiterst beperkt.  Daarom vragen wij u om deze ‘Vlamingen Vooruit’ door te sturen naar mogelijke geïnteresseerden.  U kunt ook adressen doorsturen naar: info@landdag.org.

 

Prikkel

Waarom zanger Wannes Van de Velde de petitie van Red de Solidariteit tekende: “Het uiteenvallen van België zou niet alleen een sociale kaalslag betekenen, het zou ook cultureel een ramp zijn: we zouden de wederzijdse kruisbestuiving van drie grote talen verbeuren.  Bovendien zou het Vlaamse leefklimaat worden vergiftigd door haatdragend extremisme.  We zouden weer op onze woorden moeten letten!”

 

Cortebeeck en de solidariteit

Op 21 april jongstleden, kort voordat de sociale verkiezingen begonnen op 5 mei, mocht ACV-voorzitter Luc Cortebeeck zijn boek publiekelijk voorstellen dat verscheen in de reeks ‘Kopstukken in Vlaanderen’ van het Davidsfonds. De titel luidt: ‘De solidaire samenleving: over de rol van sterke vakbonden’.

Kernboodschap van het 150 pagina’s tellende essay is dat alleen door georganiseerde solidariteit er sociale vooruitgang kan worden gerealiseerd. Cortebeeck wil met de vakbond als tegenmacht de uitwassen van de globalisering (zoals alsmaar lagere loonkosten en meer flexibele arbeidsregels) blijven bevechten.

De Gentse prof Rik Coolsaet verzorgde de inleiding en deelde mee: “Alles waar Luc Cortebeeck in gelooft, staat in het hoofdstuk staatshervorming”. In dat hoofdstuk over de communautaire agenda van de regering van Yves ‘Good Governance’ Leterme is Cortebeeck dan ook heel duidelijk: “Zij die zouden azen op meer autonomie voor de Vlaamse regio om de sociale zekerheid op een waakvlammetje te zetten, het arbeidsrecht te beknotten en het centraal sociaal overleg te kortwieken, komen het ACV tegen.”

De ACV-voorzitter zegt dat hij recentelijk tijdens internationale ontmoetingen geconfronteerd wordt met een negatief imago van Vlaanderen van bekrompenheid, eng nationalisme en extreem-rechts. In het Katholieke blad TERTIO van 20 juni vorig jaar zei Cortebeeck nog: “Vlaanderen heeft een plaats in de wereld en we zijn daar graag gezien. Ook al omdat we een reputatie hebben van bruggenbouwers, zoekers van het midden die bijeenhouden wat van elkaar verschilt. Dat hebben we geleerd in de Belgische context. Dat mogen we niet weggooien door ons op onszelf terug te plooien.” In 2008 stelt de syndicale topman vast dat Vlaanderen “te veel naar zijn eigen navel staart” en neemt hij het ‘Vlaams superioriteitsgevoel’ onder vuur.

Hij staat héél sceptisch tegenover wat aan Vlaamse kant bedoeld wordt met een grote staatshervorming en een geregionaliseerd arbeidsmarktbeleid. Voor Cortebeeck is het een kwestie of de werknemers in Vlaanderen, Wallonië en Brussel baat hebben bij een bevoegdheidsherschikking: “Zo niet, dan niet a.u.b.”

Toen eind september 2007 de actie “Red de solidariteit” werd opgezet, was Cortebeeck dan ook bij de eerste ondertekenaars van het manifest. We moeten zelfs zeggen: van die eerste ‘50 bekende stemmen voor het behoud van de solidariteit’ was hij diegene met de meeste reële maatschappelijke macht.

Luc Cortebeeck, die in 1999 Willy Peirens opvolgde als ACV-voorzitter (hij was dan de eerste voorzitter die niet uit de beweging – d.i. een centrale - kwam, maar uit de syndicale bureaucratie), is sinds 1 november 2006 ook ondervoorzitter van de ‘wereldvakbond’ I.V.V. (ITUC).

Deze grootste mondiale vakbondskoepel ontstond door samensmelting van het socialistische I.V.V.V. en het christelijke W.V.A. De belangrijkste vakbondsleiders uit alle continenten waren eindelijk bereid hun historische, ideologische meningsverschillen te begraven om voortaan met één stem de belangen van werknemers te verdedigen, in een poging een tegengewicht te vormen voor de multinationals en instellingen als het IMF, de Wereldbank en de WTO.

In aanloop naar deze historische gebeurtenis, had toenmalig ABVV-secretaris-generaal Xavier Verboven in februari 2006 in De Morgen een sterk pleidooi gehouden voor een Belgische éénheidsvakbond (d.m.v. fusie tussen ACV, ABVV en ACLVB). Maar Cortebeeck hield onmiddellijk de deur dicht.

Bij het ACV was er “geen behoefte om naar één vakbond te gaan. Het ACV houdt vast aan pluralisme bij de Belgische vakbonden. Dit biedt de mensen keuze.” Een eenheidsvakbond zou op een moloch uitdraaien.

Volgens Cortebeeck heeft het geen zin de verschillen tussen ACV en ABVV qua inhoud, visie, strategie en werking uit te gommen. Hij wilde alleen samenwerking in het kader van bepaalde objectieven. Front vormen bij gelegenheid. Voor de rest stonden die ‘cultuurverschillen’ een versmelting in de weg. Trouwens “concurrentie houdt scherp” heette het bij het ACV.

Raar is dat, want in het manifest “Red de solidariteit” lezen we: “Wij willen niet dat het solidariteitsbeginsel vervangen wordt door wedijver en egoïsme. Wie wordt er beter van als mensen tegen elkaar worden opgezet?”

In dit geval wil Cortebeeck dus niet bijeen houden (c.q. bijeen brengen) wat van elkaar verschilt … Wat op planetaire schaal kan, blijkt in België niet te mogen.

Laten we die verschillen tussen ACV en ABVV eens kort belichten.

Het ABVV heeft 1,2 miljoen leden, voor meer dan 50% Franstaligen, vooral handarbeiders, overheidspersoneel en inactieven. Men is bij het ABVV snel bereid over te gaan tot combattieve syndicale actie.

Het ACV heeft 1,6 miljoen leden, voor 65% Vlamingen, haast allen actief, met een overwicht aan witteboorders uit de privé en werkers uit de betoelaagde sector. Vandaar natuurlijk dat het ACV de laatste decennia steeds weer de sociale verkiezingen wint, ook in Wallonië.

Het ACV is naar eigen zeggen een ‘syndicat de propositions’: “Wij gaan ergens voor. Bij ons is het niet: we willen iets tegenhouden.” Bij het ACV heerst goed bestuur.

Dat pragmatisme gaat ons inziens zo ver dat het ACV, buiten wat woordradicalisme in tijden van sociale verkiezingen (“het kan wel eens een warme winter worden”), het patronaat nooit echt zal pijn doen. Wie kan ooit de periode van het Generatiepact vergeten?

We beginnen stilaan te begrijpen waarom Cortebeeck tegen een eenheidsvakbond in België is, waarom hij bang is voor een ‘moloch’ met 40% Waalse heethoofden en Brusselse werklozen.

Zowel het ACV als het ABVV staan vanzelfsprekend duidelijk links van het politieke centrum. Maar het midden van het politieke spectrum is in Franstalig België veel linkser gelegen dan dat van Vlaams-België! Het FGTB als  - obsoleet - travaillistisch collectief staat tegenover het ACV als  - modern - dienstenkantoor voor de individuele werknemer.

Voor het Belgisch establishment (het authentieke Rechts) is het ACV dus een handig instrument in het handhaven van de sociale harmonie en de communautaire vrede. Solidariteit, dat wil zeggen “une Belgique neo-corporatiste solide”. En de technocraat Cortebeeck, die geen moment twijfelt aan zijn eigen superioriteit, mag er een hoofdrol in spelen. De ‘cultuurverschillen’ tussen de werknemers onderhouden en – vooral - tegen elkaar laten spelen, is een hoofddeel van zijn taak.

Het lijkt een verhaal van een liberale, Franstalige heersende klasse die christelijke, Vlaamse middenklasse-managers inhuurt om de socialistische, Waalse arbeiders- en onderklasse mee te neutraliseren …

Theo Van Heijst

 

Ingrediënten voor Solidariteit

In de Verenigde Staten, één van de rijkste landen ter wereld, zijn duizenden mannen en vrouwen dakloos. Ze slapen op straat, slepen hun karige bezittingen in een winkelkarretje mee en doorzoeken afvalcontainers om voedsel te vinden. Een vertrouwd beeld dat ook in onze contreien opgang vindt.

Vergelijk het lot van deze daklozen met het leven van de Mossi uit West-Afrika, dat door een antropoloog als volgt werd omschreven. “De Mossi laten iedereen in hun gemeenschap en hun dorp toe. Nieuwkomers moeten alleen zeggen waar ze hun huis wensen te bouwen en de gebruiker van het betreffende stuk land staat dit aan de nieuwkomers af… In de twee jaren dat ik bij hen woonde, viel de bron droog, waardoor de dorpsbewoners verplicht waren kilometers ver te lopen om water te halen voor zichzelf en voor hun vee. Alle dorpen deelden hun water met hen, tot dat ook die bronnen nagenoeg droog waren, zonder ook maar enige wederdienst te vragen. Zelfs in die barre omstandigheden kon elke vreemdeling die in het dorp aankwam, zijn dorst lessen.”

Wat een verschil met het lot van de daklozen in de VS … en met tal van kansarmen in Vlaanderen. Marx weet dit verschil aan het gemeenschappelijk bezit van de productiemiddelen in een gemeenschap zonder bevoorrechte klasse, wat de Mossi in zekere zin zijn. Maar deze al te economische verklaring gaat voorbij aan diep menselijke factoren zoals sociale verbondenheid. Hun gevoel van intieme verbondenheid met elkaar bindt de dorpelingen aan elkaar, maar ook aan vreemdelingen die hun dorp bezoeken of er komen wonen.

Volgens sociologen zijn er twee soorten verbondenheid die de essentie vormen van het empathisch-altruïsme van de Mossi uit West-Afrika: enerzijds is er de cognitieve verbondenheid van hetzelfde gedeelde perspectief. Anderzijds is er de emotionele verbondenheid van de empathische bezorgdheid omwille van de gehele gemeenschap.

Oskar Schindler was voor en na de oorlog een onopvallend, eerder een wat grijs figuur. Maar tijdens de oorlog groeide hij uit tot een bijzonder iemand. Ondanks het feit dat hij zelf geen Jood was, deed hij er alles aan om zoveel mogelijk Joden te redden. Dit bracht hem ertoe te sjoemelen, te charmeren, op te lichten, zijn geld uit te geven en vooral plannen te smeden. De emotionele verbondenheid met het lot van vele onbekende slachtoffers en de empathische bezorgdheid tijdens de Holocaust bracht Schindler er toe om levensgevaarlijke risico’s te nemen.

Ongetwijfeld brengen de individuele en collectieve vormen van solidariteit emotionele stemmingen en factoren met zich mee, dus ook de gedachte of men een individu of een groep van mensen sympathiek vindt.

Al deze ingrediënten – of juist het gebrek eraan – spelen een rol in de perceptie die Vlamingen, Brusselaars en Walen van elkaar hebben, maar verklaren niet volledig het plaatje. In Vlaanderen zijn er weinig mensen die de solidariteit met het zuiden in vraag stellen. Het mag best wat kosten. Vlamingen blijven solidair, maar de redelijkheid van de solidariteit hangt af van de appreciatie van de andere om als vol- en gelijkwaardig te worden aanschouwd. Daar wringt juist het schoentje. De emancipatorische strijd die Vlamingen al decennia lang voeren gaat over een pad vol hobbels, diepe putten en valkuilen. Vlamingen worden nog altijd niet als ‘volwaardig’ ervaren. Er is een historisch ‘forfait’. Het niet naleven van de Taalwetten en de weigering van vele Franstaligen om zich te integreren in Vlaams-Brabant, zet kwaad bloed in Vlaanderen, dit terwijl jaarlijks vele miljarden richting zuiden stromen. De loyaliteit van Vlamingen t.a.v. de federale constructie is naar een dieptepunt gezakt. Zowel de emotionele als de cognitieve verbondenheid zijn al heel sterk geërodeerd. Het perspectief van Vlaanderen valt steeds meer buiten het Belgische kader. Ongetwijfeld zal dit in de toekomst nog verder tot rupturen leiden. Als België als staat wil overleven, zal het ernstig moeten transformeren. De empathische bezorgdheid van Vlaanderen is groot, maar een gebrek aan gedeeld perspectief kan aardig wat roet in het eten gooien. Wallonië staat voor erg grote uitdagingen. Het primair inkomen per inwoner ligt in Wallonië zowat 26% lager dan in Vlaanderen. Dit kan tellen. Als Wallonië op de Vlaamse solidariteit wil blijven rekenen, zal een doorgedreven staatshervorming onvermijdelijk zijn. Wallonië zal moeten kiezen tussen een aantal rijke villabewoners in de Rand en de vele Walen die onder de armoedegrens leven.

Solidariteit is een relatief begrip. De Mossi uit West-Afrika kunnen rekenen op de spontane solidariteit van de lotgenoten in eigen streek, omdat er juist een essentie is van gedeeld perspectief en emotionele verbondenheid. Deze elementaire, spontane solidariteit tussen Vlamingen en Walen is ernstig geërodeerd. Onnodig te zeggen dat een mismeesterde Belgische constructie aan de basis van dit falen ligt.

Julien Borremans

 

Solidariteit en de Vlaams-Waalse transfers

Solidariteit (als persoon, groep, gemeenschap, … ) betekent dat je een deel van je bezit dat je best zelf kunt gebruiken, vrijwillig weggeeft aan iemand die het nog meer nodig heeft om behoorlijk te kunnen leven. (Met die omschrijvingen bedrijven ‘filantrope miljardairs’ geen solidariteit, vermits zij een deel van hun ‘teveel’ weggeven.)

Gemeenschappelijke solidariteit heeft naast een materiële eveneens een ethische dimensie, als wapen voor de realisatie en de verdediging van sociale, politieke en culturele waarden op niveau van een groep, een klasse, een gemeenschap, een volk, een natie, de mensheid.

Men kan ten zeerste betwisten of de massale “transfers” van Vlaanderen naar Wallonië  en Brussel thuis horen bij het begrip solidariteit, zoals bijvoorbeeld de vakbonden beweren in hun solidariteitspetitie.

-          Vooreerst gebeuren ze niet op vrijwillige grond, maar worden ze opgelegd door een paritaire regering, waar de ‘ontvangers’ dus evenveel te beslissen hebben als de ‘donors’. Vooral in departementen geleid door Franstalige ministers worden veel transfers uitsluitend beslist door die Franstaligen. Het zijn de zogenaamde hulpbehoevende Franstaligen die mogen beslissen hoeveel de Vlamingen hen mogen geven.

-          Ten tweede is het de vraag of de transfers ten goede komen aan wie ze het hoogst nodig heeft. Er is geen enkele transparantie in de verdeling van de transfers. Er zijn zelfs voldoende aanduidingen dat ze niet gebruikt worden om de meest behoeftigen te helpen.

-          Ten derde wegen die transfers op de Vlaamse behoeftigen. Elke dag leest men dat er te weinig geld is voor de sociale sectoren in Vlaanderen. Een aanzienlijk deel van de Vlaamse bevolking leeft onder de armoegrens. ‘Eigen volk eerst’ is niet uitgevonden door het Vlaams Belang. Het bestaat al miljoenen jaren en is één van de universele stimulatoren van de evolutionaire ontwikkeling. Het helpt het overleven van familie, van clan, van klasse, het boetseert de volken in hun verscheidenheid.  Het is een gezonde basis voor het sociaal leven dat elk volk verantwoordelijk is voor zijn welvaart en welzijn. Het is slechts in de mate dat men de eigen armoeproblemen kan bestrijden dat solidariteit met anderen zich kan ontwikkelen.

-          Voeg daar nog aan toe dat de ontvangers van de solidariteit via hun politieke vertegenwoordigers niet ophouden Vlaanderen en Vlamingen te beledigen en te pogen Vlaams grondgebied af te nemen.

Echte solidariteit van Vlaanderen tegenover de Walen kan gebeuren van gemeenschap tot gemeenschap, op doorzichtige wijze inzake de besteding van de hulp, en via een echt Marshallplan, met concrete doelstellingen en beperkt in de tijd. Solidariteit met Brussel kan opgevoerd worden in het kader van Brussel-hoofdstad, integrerend deel uitmakend van Vlaanderen.

Jef Turf

 

[ SFL: p.a. Leuvensebaan 109, 3220 Holsbeek ]
[ POSTREK: 000-3253185-96 ] [ IBAN: BE65 0003 2531 8596 - BIC: BPOTBEB1]