webstek voor
linkse republikeinen
en progressieve nationalisten

Openingsblad
 
Alles over SFL

Verslag 1ste SFL

Toespraken 1ste SFL
 
Manifest
Organiserend comité
Teksten
Steun SFL
Contact
 
Overzicht
 

> Vorm en inhoud van de Vlaamse staat (lezing deel drie SFL)

Separatisme

De radicale Vlaamse Beweging, waartoe ook de Sociaal-Flamingantische Landdagen zich rekent, slaat op de Vlaams-nationalisten: zij die streven naar Vlaamse zelfstandigheid zonder teveel omwegen, zij die in een of andere vorm strijden voor het zo snel mogelijk bekomen van een eigen Vlaamse staat. Tegenover het Belgisch nationalisme (of patriottisme) verhoudt zich dit streven als separatisme: de Vlaams-nationalisten voelen zich niet meer verbonden met België, kunnen zich met die staat niet meer identificeren en willen dus dat het deel van het Belgisch grondgebied waar de Vlaamse volksgroep leeft, los breekt van de bestaande Belgische staatsjurisdictie, en dat daar een afzonderlijke onafhankelijke staat gevormd wordt waarin de Vlamingen zichzelf als autonome natie kunnen besturen.

Vlaams separatisme is complexer en problematischer dan velen, uit lichtzinnigheid, kunnen, of met opzet, willen toegeven. De vraag ‘waarom’ iemand Vlaams-nationalist (geworden) is, is altijd tweeërlei. Ten eerste: om welke oorzaken wijst een Vlaams iemand de Belgische staat fundamenteel af, en ten tweede: wat voor een Vlaamse staat wordt juist bedoeld. De antwoorden op deze vragen liggen onafscheidelijk in mekaars verlengde, het ene kan niet bestaan zonder het andere.

Ideologie

Wie de antwoorden met logische samenhang kan en in alle duidelijkheid wil geven, getuigt dan ook meteen van een bepaalde levensopvatting, van een gehanteerd paradigma, van een aangekleefde ideologie. Het succes van de Vlaamse beweging als volksbeweging en van de politieke partij(en) die beweren er de emanatie van te zijn, zal dan ook afhangen van de ideologie die ze als de hunne zullen voorstellen – een nationale beweging kan nu eenmaal geen tien ideologieën tegelijk bezigen. Waarbij we onmiddellijk mogen vaststellen dat het succes van het Vlaams-nationalisme eigenlijk al een hele tijd krimpende is.

Aan het eng-nationalistische dogma dat “elk volk zijn staat móet krijgen” hebben we niet veel. Ik denk evenmin dat het als antwoord volstaat te stellen dat het gemeenschappelijk belang der Vlamingen in België geschaad wordt, dat België geen behoorlijk bestuur biedt, dat de Vlaamse Algemene Wil de Belgische staat afvalt en dat de Vlaamse publieke cultuur een eigen staat verdient. Want de inhoud van zulke termen zal per gehanteerde ideologie weer verschillen.
Het is volgens mij evenmin voldoende –en zelfs af te keuren- het individueel misnoegen en de sectorale ontevredenheid die onder de Vlaamse bevolking leven op een populistische manier uit te buiten en de mensen tegen ‘de staat’ en tegen het Waalse buurvolk op te zetten, zonder hun duidelijk te maken waar je precies naar toe wil. Je kan er als partij misschien wel honderd duizenden anti-stemmen mee vergaren, maar of het een Vlaamse staat (waar de misnoegdheid dan zou wegvallen) een millimeter dichterbij brengt is nog maar zeer de vraag. De kiezers van zo’n partij weten er slechts één ding over nl. dat ze net als hen tégen het establishment is.

Een uitgewerkte Vlaams-nationale ideologie moet m.i. geen boek van de dikte van de Bijbel beslaan, maar moet toch klaar duidelijk zijn omtrent de hoofdfacetten van het menselijk samenleven binnen een staat. Een voor elk van die facetten moet er een doorslaggevend verschil zijn met de officiële ideologie die België via zijn staatsapparaten (de onderwijsinstellingen, de media, de politieke partijen, de vakbeweging, etc…) verspreidt om zichzelf te legitimeren en in stand te houden.

Vóórdat de Vlaamse Beweging opnieuw sterk naar buiten kan treden, zou het zonder twijfel goed zijn –ja zelfs noodzakelijk- indien alle Vlaams-nationale opiniemakers, verenigingen en partijen eens voor zichzelf en aan mekaar verklaarden in welke zin al die facetten van de Vlaamse samenleving volgens hen moeten bijgesteld worden bij en door de creatie van een Vlaamse staat. Hierbij mag het klassieke taboe niet meer gelden volgens hetwelke alle problemen die niet ‘zuiver Vlaams’ zijn buiten beschouwing moeten blijven, om zogezegd de Vlaams-nationale eenheid niet in het gedrang te brengen. Dit zou niet waarachtig zijn en de groei van een echte, slagkrachtige eenheid juist verhinderen.

Laat ik eens de vier complementaire facetten van het menselijk samenleven binnen een staat opnoemen waarover volgens mij binnen de Vlaamse Beweging een levende discussie mag ontstaan, die op haar beurt dan weer het fundamenteel maatschappelijk debat binnen Vlaanderen kan doen opleven.

Grondgebied en bevolking

De begrippen ‘samenleving’ en ‘staat’ zijn eigenlijk slechts denkbaar, krijgen pas betekenis en specificiteit in relatie tot mekaar.

In een eerste mogelijke relatie wordt de samenleving bepaald door een van de staat afgeleid adjectief: bvb. de Nederlandse, Duitse of Franse samenleving. De staat betekent hier dus een politieke entiteit in nationaal-territoriale termen, een specifieke geopolitieke ruimte. Dit brengt ons bij de eerste prangende vraag die alle Vlaams-nationalisten eens duidelijk moeten beantwoorden: Waar moet de staatsgrens liggen die de Vlaamse samenleving afbakent? Waar zal het binnenland eindigen en het buitenland beginnen? Waaraan moeten grondgebied en bevolking voldoen om bij de Vlaamse staat te horen? Moet Brussel er deel van uitmaken? Welke economische, politieke en culturele criteria hanteren we bij het toekennen van Vlaams staatsburgerschap?

Rechtsstaat en burgerrechten

Dit brengt ons meteen bij de andere mogelijke relatie tussen staat en samenleving, nu niet meer in samenvoeging maar wel in tegenstelling: staat tegenover burgermaatschappij, overheid tegenover privé, politiek tegenover economie, leiding tegenover onderdanen, soeverein tegenover maatschappelijk. Het opzetten van een Vlaamse staat betekent immers ook de creatie van een geheel nieuwe wettelijke orde en de implementatie van nieuwe wettelijke verhoudingen om zowel de openbare als particuliere sfeer van de Vlaamse samenleving te regelen. Het gaat hier dus over het inhoudelijk staatsbestel.

De tweede vraag die hieruit voorkomt is dan ook: In welke zin zal de Vlaamse rechtsstaat verschillen van de huidige Belgische? Zal in de Vlaamse staat de overheid in dezelfde, in meerdere of in mindere mate aan de principes van wetmatig en behoorlijk bestuur onderworpen zijn? Mag de staatsleiding willekeuriger en meer autoritair optreden, of zal ze zich aan nog meer rechtsregels moeten houden? Moet de Vlaamse staat in dezelfde, in meerdere of in mindere mate aan de burgers hun rechten garanderen? Moeten er meer of minder individuele en/of sociale grondrechten onder die staatsgarantie vallen? Moet in de Vlaamse staat strenger toegekeken worden op het principe ‘iedereen gelijk voor de wet’ of gaan we in deze juist ‘differentiëren’? Krijgt diegene die meer rechten geniet ook meer plichten toebedeeld, of is het recht van de ene juist de plicht van de andere?

Democratie en politieke vrijheden

Een rechtsstaat, een staatsvorm waarin de overheid het recht als het hoogste gezag erkent en zich aan de regels houdt, is één zaak; een andere is: waar en hoe komt de regelgeving tot stand? België pretendeert een democratie te zijn, een staat waarin alle burgers de mogelijkheid hebben het overheidsbeleid te beïnvloeden. De derde vraag is daarom: Hoe verschillend van de Belgische zal de Vlaamse staat het principe van de volkssoevereiniteit toepassen? Hier mag wel eens een helder antwoord op geformuleerd worden, vind ik. Wordt Vlaanderen een parlementaire democratie? Wat zal de rol van staatshoofd en regeringsleider zijn? Gaan we de scheiding der machten scherper stellen of verflauwen? Zal de volksvertegenwoordiging verfijnd of verruwd worden? Gaan er meer of minder individuen en groepen aan het politieke spel kunnen deelnemen? Stemrecht of –plicht, en vanaf welke leeftijd? Zullen we vormen van directe democratie invoeren? Wordt het beslissen bij meerderheid minder of meer gekwalificeerd? Zal het gezag gecentraliseerd worden of nog meer verdeeld over allerlei bestuursniveaus? Zal nog meer soevereiniteit afgestaan worden aan Europese en andere supranationale instellingen die buiten het bereik van de nationale democratie vallen of gaan we bevoegdheden recupereren?

Maar nog meer deelvragen aangaande de democratie dringen zich op.
Zal in de Vlaamse staat de particratie teruggedrongen worden zodat de heerschappij van de politieke partijen vermindert? Moeten de partijen rechtspersoonlijkheid krijgen?
Moeten de formalistische, kleingeestige en vooral eigenmachtige tendenzen van de bureaucratie ‘vermenselijkt’ worden of bouwen we de ambtenarij beter kortweg af daar “de overheid toch minder efficiënt is dan de markt”?
Zal de Vlaamse staat ingaan tegen de technocratie? Zal dus het aantal gespecialiseerde experten die hun strict uitvoerende rol te buiten gaan, de politieke economie grotendeels bepalen en zodoende de rol van de volksvertegenwoordiging usurperen, tot nihil kunnen herleid worden of is hun inbreng juist wenselijk? Wat zal de Vlaamse houding zijn tegenover de supranationale technocratieën die vandaag reeds de Belgische samenleving sterk beïnvloeden?
Hoe moet in het onafhankelijke Vlaanderen de bedrijfsdemocratie georganiseerd worden? Moet het medezeggenschap van de werknemers in de ondernemingen verminderd worden of juist verdiept, beschermd en mogelijks uitgebreid tot de KMO’s? Moeten in de overheidsdiensten ook sociale verkiezingen gehouden worden of moet de vakbeweging daar juist gas terugnemen?
Hoe zal de Vlaamse staat het sociaal overleg op sectoraal en nationaal vlak inrichten? Moet het neocorporatief bestel waarin werkgevers, vakbeweging en overheid samen het socio-economisch beleid uitstippelen afgeschaft worden? Of moet dit meer onder toezicht van het parlement komen en moeten er meer -of alle- belangenverenigingen tot toegelaten worden? Moeten de vakverbonden rechtspersoonlijkheid krijgen of niet?

Welvaartsstaat

Dit brengt ons tot de vierde en laatste vraag die de Vlaamse Beweging eens duidelijk moet beantwoorden, nl. die naar de welvaartsstaat. Hier ben ik echt nieuwsgierig naar wat de verschillende Vlaams-nationale intellectuelen, verenigingen en partijen voorhebben. De Vlaamse bevolking heeft in deze recht op een concreet en uitgewerkt antwoord van hen die beweren haar naar een nieuwe staat te leiden! België staat bekend als een welvaartsstaat, maar het stelsel is al een hele tijd in het gedrang. De vraag luidt bijgevolg: Moet in de komende Vlaamse staat de overheid zich in meerdere of in mindere mate (dan het vandaag in België het geval is) garant stellen voor ieders welzijn, d.m.v. sociale uitkeringen en voorzieningen? Zal de Vlaamse staat zo ingericht zijn dat de beter gesitueerden bijdragen tot een menswaardig bestaan van de sociaal zwakkeren, zoals ouderen, zieken, werklozen, armen en moeders met kinderen? Zal de staat garanderen dat er voor iedereen volgens behoefte toegang zal zijn tot inkomen, gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs? Of is dat allemaal niet nodig en mag er gerust wat gerooid en gesnoeid worden in de welvaartstaat? Waar en hoeveel dan? Doet een te uitgebreide welvaartstaat een afhankelijkheidscultuur onstaan en moet er dringend nog meer op de collectieve uitgaven bezuinigd worden om de nationale economie niet te verzwakken? Moeten de minder gesitueerden voor hun toestand individueel verantwoordelijk worden gehouden en zich wenden tot vrijwillige zelfhulp? Moet iedereen zich maar persoonlijk voor ouderdom en tegenspoed verzekeren? Is de zwakkere situatie van werklozen, alleenstaande ouders, gehandicapten, ouderen, allochtonen, vrouwen enz. juist een teken van hun vrijheid en zal door de staat georganiseerde collectieve bijstand hun van hun vrijheid beroven? Zal de Vlaamse staat geheel en al terugtreden ten gunste van de markt en het particulier initiatief en de samenleving laten vorm krijgen door het vrije spel van de ‘dynamische krachten’? Moeten de gesubsidieerde sectoren geprivatiseerd worden?

Tot besluit

Een nationalistische afscheidingsbeweging kan geen amalgaam van tegengestelde visies op de samenleving hanteren, noch kan zij ideologisch ‘leeg’ blijven. Haar ideologie moet op alle vier hierboven geschetste punten verschillen van de ideologie van de staat die men wil afvallen. Indien zij succes wil hebben, dan moet zij eerst de steun van de ganse bevolking kunnen winnen. Het is pas wanneer de Vlaamse Beweging een uitgewerkt, concreet en coherent project voor een Vlaamse staat kan voorleggen aan de Vlaamse mensen, dat deze zullen kunnen oordelen dat Vlaams separatisme iets extreem, en dus af te wijzen is, dan wel dat het weliswaar radicaal maar toch sterk te overwegen is…
Wie durft de discussie over de vier hierboven gestelde vragen aan? De uitgangsstandpunten van de Sociaal-Flamingantische Landdagen zijn bekend: wij verkiezen als progressieven Vlaanderen boven België, net zoals wij tegenover het Eurofederalisme een progressief soevereinisme stellen, en tegenover globalisme, de nieuwe liturgie van het liberalisme in zowel zijn rechtse, centristische als linkse vorm, zetten wij “internationalisme + de natie-staat”.

Theo Van Heijst, augustus 2004.

 

 

[ SFL: p.a. Leuvensebaan 109, 3220 Holsbeek ] [ ARGENTA: 979-5930107-17 ] [ IBAN: BE61 9795 9301 0717 - BIC: ARSPBE22]